[portretten]

Portretten


Er bestaat niet één portret waarvan zeker is dat het Rabelais weergeeft zoals hij er uit gezien moet hebben. Dat heeft overigens door de eeuwen heen geen kunstenaar verhinderd ‘zijn’ Rabelais te schilderen; zie bijvoorbeeld de artikelen van Ed Schilders in Faicts & Dicts 23 en 24 en de column van Janus in Faicts & Dicts 36, in de leeszaal. Eén ding staat echter vast: het mooiste portret is door een Nederlander gemaakt.

Op deze pagina zullen de bekendste portretten te zien zijn, maar zo ver is het nog niet. Daarom, zonder commentaar, onder meer vast drie uit het werk van George d’Albenas. Overige afbeeldingen zijn verspreid over de site te vinden. Zie ook bric-à-brac voor een wat oneerbiedig gebruikt portret.

[terug naar de chronologie, naar entree of naar de sitemap]


 

levine portrait rabelais 1977

 

David Levine tekende dit kom-maar-op-mij-maak-je-niks-wijs-portret van Rabelais voor
The New York Review of Books van 13 oktober 1977.

♦♦♦


osnabrug portret rabelais 2013

 
Bert Osnabrug maakte deze ‘sterke’ Rabelais, ook te bewonderen in de schrijversgalerij op zijn site. Het is een genot er rond te kijken, zoveel moois heeft de kunstenaar bij elkaar gebracht. Veel is te koop, ook in boekuitgaven, die vaak zeer fraaie combinaties van tekst en kunst bieden.

♦♦♦

rabelais door holloway cover lewis 1957


Andy Warhol avant la lettre: het beroemde portret van Rabelais, in de versie van Edgar Holloway (1914-2008), op het omslag van D.B. Wyndham Lewis, Doctor Rabelais (1957).

♦♦♦
 

matisse portrait rabelais 1951


Dit lijkt, met permissie, nergens op. Althans niet op Rabelais, naar mijn onbescheiden mening.

♦♦♦

rabelais copyright peter van hugten 1997


In 1997 bezochten Ellis van Midden en Peter van Hugten het Rabelais-museum La Devinière. Ellis redigeerde in die tijd de Rabelais-vertaling van Hannie Vermeer-Pardoen, en was geïntrigeerd geraakt door de schrijver. Zij stak Van Hugten aan, al vielen van de rabelaisiana niet alle in de smaak: ‘Wij kochten Rabelais-wijn: het etiket was echter beduidend indrukwekkender dan de inhoud van de fles.’

Van Hugten (1949) is vooral  bekend van de tekeningen die hij al meer dan 25 jaar maakt voor de Volkskrant, maar is tevens zeer productief als omslagontwerper en boekillustrator. Voor Hannie Vermeer-Pardoen maakte hij in 1997 bovenstaand portret. Ik ben er trots op dat zijn schitterende aquareltekening deze portrettenpagina siert.

♦♦♦

wiarda rabelais vrij nederland 17 12 1994

Fraai is ook het portret dat Dirk Wiarda maakte voor Vrij Nederland bij het artikel van Mels de Jong. Deze las in het Rabelais-jaar 1994 het ‘onweerstaanbare, flonkerende, onmatige, onvergankelijke, ketterse meesterwerk Gargantua en Pantagruel’, en schreef er over in ‘Menselijk, al te menselijk’ (17 december 1994).

Menselijk, al te menselijk is ook de streep die dwars door de tekening loopt: het zou me nu niet meer gebeuren, maar toen vouwde ik een artikel passend, afbeelding of niet.

♦♦♦
 

delacroix françois rabelais 1839 photo roger-viollet

 

Eugène Delacroix (1798-1863) maakte dit portret van Rabelais in 1839. Hij heeft hem, zo te zien, eigentijds gekleed. Niet mijn favoriet, maar dat hoeft ook niet. De olieverf hangt in het Musée du Vieux Chinon; het copyright van de foto berust bij Roger-Viollet.

♦♦♦

deveria rabelais 1823

In de zogeheten Variorum-editie van Charles Esmangart en Eloi Johanneau (9 dln., 1823) is een tiental gravures opgenomen naar Achille Deveria (1800-1857). Dit portret siert deel 9.

♦♦♦

albenas portret rabelais 1albenas portret rabelais 3


albenas portret rabelais 2

Drie portretten, uit: George d’Albenas,  Les portraits de Rabelais avec la reproduction par l’héliogravure des portraits de la faculté de médecine de Montpellier de Michel Lasne et de Sarrabat. Montpellier / Camille Coulet, Libraire-éditeur / Grand’Rue, 5. / MDCCCLXXX

 

 

 

 

 

 

[omhoog, terug naar de chronologie, naar entree of naar de sitemap]
 

— Citaat —

‘On ne sait rien de sûr du visage de Rabelais: il ne nous est resté de lui aucun portrait antérieur à 1553, date de sa mort. Divers indices [...] permettent de supposer seulement qu’il était, comme frère Jean des Entommeures, “bien avantagé en nez”.’
Rabelais. Exposition organisée à l’occasion du quatrième centenaire de la publication de Pantagruel (1933), Jean Porcher ed., p. 81.