[oud legsel]

[terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]

Gezien op de boekenlegger van The Thieving Magpie Bookstore in Amsterdam: ‘Good friends, good books and a sleepy conscience: this is the ideal life’. Was getekend: Mark Twain.

♦♦♦

frontispiece frauen-zimmer bibliothekgen 1705

In 1705 verscheen een handleiding voor het samenstellen van een Frauen-Zimmer Bibliotheken. Het boek verscheen anoniem te Güstrau, ‘Zu finden im Rüdigerschen Buchhandlung’. Op Early Modern at the Beinecke is meer te lezen; zo is de onbekende auteur onder meer van mening dat ‘almost anyone could own at least the essentials and that every woman ought to buy as many good books as she can afford’. Waar wij ons uiteraard graag bij aansluiten.

♦♦♦

‘Ik lees filosofische boeken het liefst in het Duits, Engels, Frans of Grieks. Niet omdat ik opschep die talen te kennen, maar omdat mijn geliefde auteurs als Descartes, Euclides, Gottlob Frege en Peter Geach woorden gebruiken, waarbij ik schrik, en denk: wat betekent dat woord in zijn taal, en gebruikt hij het hier niet op een nieuwe manier? Dat levert lekker langzaam lezen op. Terwijl je poëzie tien keer zo langzaam verwerkt als proza, kost filosofie nóg eens tien keer zoveel tijd.’
■ H. Brandt Corstius, ‘Hadden we wat aan die 365 filosofen?’, in: NRC 3 april 2009.

♦♦♦

adler how to read a book 1972

Leest u verstandig en effectief? Haalt u het maximale uit uw lectuur? Leest u het ene boek wel langzaam en het andere snel genoeg? Zo niet: Mortimer Adler reikt u de hand in een gedegen ‘how to’ (1940; 1972). [omhoog]

♦♦♦

brant boekennar basel 1512

Met de beroemde ‘boekennar’, de eerste in het gezelschap narren dat Het Narrenschip van Sebastian Brant bevolkt, wordt de spot gedreven met boeken en boekenwijsheid (vert.
E. Vandervoort, 2007):

‘Niet zomaar is het boek mijn maat
Waarop ik mij steeds weer verlaat.
Ik vind er altijd steun en baat,
Ook als mij elke zin ontgaat,
Houd ik ze in de hoogste ere:
Ik wil de vliegen van hen weren.
[...]
Net zoals hij [Ptolemeus] heb ik veel boeken,
Waarin ik nooit kennis zal zoeken.
Waarom mijn zinnen ook belast
met studie? Zo wordt ge Fantast!’

Brant was trouwens niet de eerste die zich vrolijk maakte over lieden die zich op hun boekenbezit lieten voorstaan zonder ook maar enigszins profijt van diezelfde boeken te hebben. Onder anderen Plato (Phaedrus) en Lucianus (Contre un bibliomane ignorant) gingen hem voor. Aardige lectuur voor boekenliefhebbers.

♦♦♦

‘O Rosalind! These trees shall be my books,
And in their barks my thoughts I’ll character,
That every which in this forest looks
Shall see thy virtue witnessed everywhere.’

■ Shakespeare, As you like it III.2, The RSC Shakespeare (2007)

Voor de liefhebber: dezelfde verzen in de The Norton Facsimile. The First Folio of Shakespeare (2de ed. 1996):

‘O Rosalind, these trees shall be my Bookes,
And in their barkes my thoughts Ile charracter,
That everie eye, which in this Forrest lookes,
Shall see thy vertue witnest every where.’

In de vertaling van Willy Courteaux (3de, herz. druk 2007):

‘Dit woud, o Rosalinde, wordt mijn schrift,
En ieder oog dat door de bomen dwaalt
Ziet mijn gepeinzen in hun schors gegrift
En vindt je gaven door mijn vers bestraald.’

En tot slot in die van Jan Jonk (2008):

‘O Rosalind, dit woud wordt vast mijn boek,
ik schrijf op elke bast neer wat ik denk,
dat ieder oog dat rondkijkt in dit bos
getuigenis ziet van jouw voortreffelijkheid.’
 

shakespeare as you like it

Illustratie The Illustrated Stratford Shakespeare (1992; 1993): ‘Celia “Will you, Orlando, have to wife this Rosalind?”’ Bij gebrek aan een boekenbastplaatje. [omhoog]

♦♦♦

‘[Reading] is a complex pleasure and a difficult pleasure; it varies from age to age and from book to book. But that pleasure is enough. Indeed that pleasure is so great that one cannot doubt that without it the world would be a far different and a far inferior place from what it is. Reading has changed the world and continues to change it. When the day of judgement comes therefore and all secrets are laid bare, we shall not be surprised to learn that the reason why we have grown from apes to men, and left our caves and dropped our bows and arrows and sat round the fire and talked and given to the poor and helped the sick — the reason why we have made shelter and society out of the wastes of the desert and the tangle of the jungle is simply this — we loved reading.’

woolf guardian copyright ap


■ Virginia Woolf, ‘The love of reading’, in: The Essays of Virginia Woolf Vol 5: 1929 to 1932. Edited by Stuart N. Clarke (2009). Het hele artikel is te lezen op de website van de The Guardian, waar het op 17 januari 2009 gepubliceerd werd.

♦♦♦

‘Bookle’arned adj. [from book and learned.] Versed in books, or literature: a term implying some slight contempt. Whate’er these booklearn’d blockheads say, Solon’s the veri’st fool in all the play. Dryden’s Persius. He will quote passages out of Plato and Pindar, at his own table, to some booklearned companion, without blushing. Swift.’ Op dr. johnsons dictionary.

‘In celebration of the three hundredth anniversary of Johnson’s birth in 1709, a definition from the first edition of Samuel Johnson’s A Dictionary of the English Language (1755) will be posted each day for readers’ lexiconic delight on Dr. Johnson’s Dictionary, the Beinecke’s new word-a-day dictionary blog. Words will be taken from the annotated proof copy of the first edition, extra-illustrated with Johnson’s and his helpers’ manuscript corrections, held in the collections of Yale University’s Beinecke Rare Book and Manuscript Library.’
■ De verantwoordelijke: beinecke.

♦♦♦

bookworms [foto: nicki bullinga]

Op 18 oktober 2008 maakte Nicki Bullinga deze foto van een taart [!], in de etalage van een pastry shop in Oxford. Titel: Bookworms. Om óp te eten.

♦♦♦

‘Hij was langzaam aan het doodgaan, zoals teringlijders doodgaan. Ik zag hem elke dag rond tweeën onder de hotelramen plaatsnemen, met zicht op de rustige zee, op een bank langs de promenade. Hij bleef dan een poosje roerloos in de zonnewarmte zitten, met trieste blik de Middellandse Zee bekijkend. Soms wierp hij ook een blik op het hoge gebergte met zijn nevelige toppen, dat Menton omgeeft, en vervolgens sloeg hij in een uiterst trage beweging zijn lange benen over elkaar, zo mager dat ze twee botten leken waaromheen de stof van zijn broek fladderde, en opende een boek, altijd hetzelfde.
     Dan bleef hij doodstil zitten, las, las met zijn oog en met zijn gedachte, zijn hele arme lijf dat wegteerde, leek te lezen, zijn hele ziel dook onder, verloor zich en verdween in dat boek tot het ogenblik dat de fris geworden atmosfeer hem wat deed hoesten. Dan stond hij op en ging naar binnen.’
■ Guy de Maupassant, ‘Bij een overledene’, De jongedochter Martin. Alle verhalen 1882-1883 (1999), in de vertaling van Hans van Cuijlenborg. [omhoog]

♦♦♦

hout in boeken 2008 boekenrad


Een bijzonder fraaie uitgave kwam in februari 2008 van de persen van Uitgeverij Peeters te Leuven: Hout in boeken, houten boeken en de ‘fraaye konst van houtdraayen’, onder redactie van Luc Knapen en Leo Kenis. Klik op het boekenrad, afkomstig uit de Sint-Pietersabij te Gent, voor een bespreking door Piet Offermans. Zie recensies voor meer besprekingen.

John Kendrick Bangs (1862-1922) schreef een gedicht dat hier aardig bij aansluit:

Bookworm Ballads, a literary feast

My Bookworm gave a dinner to a number of his set.
I was not there — I say it to my very great regret.
For they dined well, I fancy, if the menu that I saw
Was followed as implicitly as one obeys the law.

“’Twill open,” he observed to me, “with quatrains on the half.
They go down easy; then for soup” — it really made me laugh —
“The poems of old Johnny Gay” — his words were rather rough —
“They’ll do quite well, for, after all, soup’s thin and sloppy stuff.

 “For fish, old Izaak Walton; and to serve as an entrée,
I think some fixed-up morsel, say from James, or from Daudet;
The roast will be Charles Kingsley — there’s a deal of beef in him.
For sherbet, T. B. Aldrich is just suited to my whim.

“For game I’ll have Boccaccio — he’s quite the proper one;
He certainly is gamey, and a trifle underdone;
And for the salad, Addison, so fresh and crisp is he,
With just a touch of Pope to give a tang to him, you see.

“And then for cheese, Max Nordau, for I think you’ll find right there
Some things as strong and mushy as the best of Camembert;
And for dessert let Thackeray and O. Khayyám be brought,
The which completes a dinner of most wondrous richness fraught.

 “For olives and for almonds we can take the jokes of Punch
They’re good enough for us, I think, to casually munch;
And through it all we’ll quaff the wines that flow forever clear
From Avon’s vineyards in the heart of Will of Warwickshire.”’

Uit zijn bundel Cobwebs from a library corner (1899). Meer van Bangs’ ‘bookish poems’ zijn te lezen op gutenberg.

♦♦♦

uit de collectie boekenleggers

‘Lesen is ein himmlisches Vergnügen!’

♦♦♦

John Maxwell Hamilton laat zijn Casanova was a book lover and other naked truths and provocative curiosities about the writing, selling, and reading of books (2000) voorafgaan door ‘Very advance praise’, van onverdachte figuren:

‘An excellent book, relatively speaking.’ — Albert Einstein
‘I’ve given a copy to every wife.’ — Henry VIII
‘You can’t beat this book.’— Marquis de Sade
‘Couldn’t put it down.’— Atlas
‘Is that Casanova was a book lover in your pocket... or are you just happy to see me?’ — Mae West
‘Mom liked it.’— Oedipus

Wat had Casanova met boeken?, vroeg Hans van den Bergh van boekendingen zich af. Hij vond het antwoord bij niemand minder dan Ed Schilders: mooi verhaal.

♦♦♦

‘That I can read and be happy while I am reading, is a great blessing. Could I remember, as some men do, what I read, I should have been able to call myself an educated man. But that power I have never possessed.  Something is always left, — something dim and inaccurate, — but still something sufficient to preserve the taste for more. I am inclined to think that it is so with most readers.’
■ Anthony Trollope, Autobiography (1883) — met dank aan Jan Leijten.

‘Wie nooit iets gelezen heeft van vrouwen als Jane Austen, George Eliot, Emily en Charlotte Brontë, Virginia Woolf en Hella Haasse (om er maar een paar te noemen die mijn leven mede hebben bepaald), kan eigenlijk aan rechtspreken niet toekomen omdat hij niet weet hoe vrouwen, die de helft van de mensheid uitmaken, denken en voelen.’
■ Uit het onlangs verschenen De glorie van het recht van Jan Leijten (1926), een bundeling van oude en nieuwe verhalen (2008). Zie ook de voorpublicatie hieruit op in geschrifte, nr. 12: ‘Rabelais en het bemiddelend vonnis’. [omhoog]

♦♦♦

Ed Schilders heeft voor de boekenweek 2008 ‘16 boekenverzen uit 1937’ bij elkaar gezet, mooie teksten over lezen, afgewisseld met prenten waarin het boek de hoofdrol speelt. Het laatste vers is getiteld ‘In de wolken’:

Zóó in 't boek verzonken wezen,
Dat de wereld u niet stoort,
Geen verleiding u bekoort, —
Luister, lezer: dat is lezen!

Waarna de ‘zwemlezer’ de pagina afsluit:


zwemlezer

♦♦♦

Misschien zal ik nog eens kennis over de dingen krijgen, of heb ik die vroeger gehad, toen ik bij toeval op passages stuitte waar ze werden opgehelderd. Maar dat herinner ik mij niet meer. Want ook al lees ik nogal wat, er zit geen bodem in dit vat.’
■ Montaigne, ‘Over boeken’, Essays II.10, vertaald door Hans van Pinxteren (2006) (zie ook montaigne). De laatste zin is een mooie vertaling van: ‘Et si je suis homme de quelque leçon, je suis homme de nul retention’ (de Essais in de Pléiade-reeks van Gallimard, 2007).

♦♦♦

Ingezonden door Jaap Engelsman, uit: NRC Handelsblad 5 april 2008:

bette davis las te veel

♦♦♦

Mooie 1 april-grap op fabula (al weer weggehaald): ‘Interdiction de lire dans les lieux publics (projet de décret) Qui n'a jamais eu à souffrir de la distraction d'un lecteur absordé [sic!] dans son livre au point d'en oublier l'entourage immédiat? Dans les transports en commun, aux terrasses des cafés, ou même sur la voie publique, la lecture fait depuis trop longtemps des ravages (enfants ou conjoints délaissés, distractions perpétuelles…). Soucieux d'épargner à la société les méfaits de cette activité, le gouvernement prépare un projet de loi portant l'interdiction de lire dans les lieux publics, qui devrait logiquement s'étendre aux bibliothèques elles-mêmes. Les bibliothécaires y sont depuis longtemps favorables, seuls les libraires et le syndicat du livre disent envisager d'ores et déjà un recours devant la Cour européenne des droits de l'homme.’

♦♦♦

‘Le vieux marchand de draps, qui avait beaucoup d’enfants et ne songeait qu’à l’utile, voyait avec un chagrin mortel ce fils perdre son temps à lire.’

‘Qu’on juge de l’effet de Don Quichotte au milieu d’une si horrible tristesse! La découverte de ce livre, lu sous le second tilleul de l’allée du côté du parterre dont le terrain s’enfonçait d’un pied, et là je m’asseyais, est peut-être la plus grande époque de ma vie.’

‘[...] mon seul plaisir en lecture était Shakspeare [sic] et les Mémoires de Saint-Simon, alors en sept volumes, que j’achetai plus tard en douze, éd[itio]n avec les caractères de Baskerville, passion qui a duré comme celle des épinards au physique et qui est aussi forte pour le moral à cinquante-trois qu’à treize ans.’

■ Citaten uit Stendhals autobiografische Vie de Henry Brulard (1836), geciteerd naar de editie door Béatrice Didier, 1973, resp. hoofdstuk 5, 9 en 34 (JE)

♦♦♦

In ‘Curiosa’, de snood om hals gebrachte column van Ed Schilders in de Volkskrant, schreef hij (26 mei 1990) naar aanleiding van Canfora’s Het ware verhaal van de Alexandrijnse bibliotheek (1990): ‘Sommige verhalen zijn blijkbaar zo onweerstaanbaar dat niemand, zelfs de wetenschapper niet, het kan laten ze opnieuw te vertellen. Zo’n onweerstaanbare vertelling is ook het verhaal over de lotgevallen van de bibliotheek van Alexandrië.’ En: ‘Niets laat [Canfora] na om ons ervan te overtuigen dat die onweerstaanbare geschiedenis, de ziel van zijn boek, de onbevlekte waarheid is. Brand in Alexandrië, de boekrol als centrale verwarming.’ Vervolgens gaat Schilders over tot het haarfijn fileren van die waarheid.

What Happened to the Ancient Library of Alexandria? is de titel van een nieuw deel in de reeks ‘Library of the written word’ van uitgeverij Brill, onder redactie van Mostafa El-Abbadi en Omnia Fathallah en met een voorwoord van Ismail Serageldin. Samenvatting en inhoudsopgave zijn hier in te zien. Twee artikelen hebben de ontmaskering van de legende tot onderwerp: van Qassem Abdou Qassem is ‘The Arab Story of the Destruction of the Ancient Library of Alexandria’, en Bernard Lewis schreef ‘The Arab Destruction of the Library of Alexandria: Anatomy of a Myth’. ■ Tot het beoogde lezerspubliek behoren ook ‘educated laymen’. Maar of die bereid zijn om voor 282 pagina’s € 99,- euro neer te tellen? Online is een mooi artikel van James Hannam over de bibliotheek en de mythe te lezen. [omhoog]

♦♦♦

‘Oude mensen lezen graag en dus zijn er veel boeken over ouderdom.’
■ Wat het een met het ander te maken heeft ontgaat mij, maar de stelling wordt geponeerd door H. Brandt Corstius, in een korte bespreking van Cicero’s De kunst van het oud worden, vertaald door Vincent Hunink (NRC Handelsblad 7 maart 2008).

♦♦♦

‘Ik ben er al vroeg van overtuigd geraakt dat ik door te lezen tot het betere begrip [hoe te leven] zou komen. En ik verheugde mij er op eens een rijk voorzien geheugen te hebben. De boeken die ik het liefst las blaakten van deze rijkdom. Vestdijk, Nabakov, Borges, Proust waren mijn eerste prozahelden [...] ik deed eigenlijk weinig anders dan lezen. En nog altijd is lezen voor mij wat wind is voor een zeilboot. Als ik niet lees gebeurt er niets [...] maar als ik lees (of luister naar een verhaal) gebeurt er écht iets. En dankzij het gelezene (het vertelde) wordt mijn leven soms reëel.’
■ Willem Jan Otten, ‘Vergeet de wereld’, NRC Handelsblad 7 maart 2008.

♦♦♦

‘Bij een handelaar in oude meubelen vond ik tussen het stof de eerste editie van Sésame et les Lys, Marcel Prousts Ruskin vertaling [sic, JE]. Ik zei dat ik de zaak niet zonder dat boek wilde verlaten, hoewel die stelligheid mij bij het onderhandelen over een prijs niet ten goede zou komen. “Maar dan neemt u dat boek toch gewoon mee”, zei de meubelhandelaar. “Ik doe in meubelen, niet in boeken. Als u dat boek wilt hebben, dan is het van u.”’
■ Ben van der Velden, Verblijf te Rome (1980), pp. 97-98 (JE). Zie ook verderop.

♦♦♦

‘Het is een mooie zin bijna aan het begin van een studie over randschriften in Engelse boeken uit de Renaissancetijd: “De Elizabethaanse tijd had evenveel woorden  voor lezen als de spreekwoordelijke Eskimo’s voor sneeuw.” Wat een leescultuur! Ernaast staat een embleem van twee geleerde heren met boeken; de spreuk luidt, in het Latijn: Usus libri, non lectio prudentes facit, ‘Het gebruik, niet het lezen van boeken maakt ons wijs.’ Used Books heet dan ook de studie; to use is een van de woorden voor lezen, veel omvattender dan het laatste.
■ Kees Fens, ‘Van oude boeken en randschriften die voorbij gaan’, bespreking van William H. Sherman, Used Books — Marking readers in Renaissance England (2007), in  de Volkskrant 1 februari 2008. Meer over het boek op de site van de University of Pennsylvania Press.

Marc Fumaroli (1932) houdt een pleidooi voor het lezen van de klassieken. De beeldkwaliteit van de video is niet geweldig, maar eenmaal het venster geminimaliseerd blijft alleen de stem van Fumaroli over, en die spreekt op een aangename doceertoon.

♦♦♦

copyright  bibliothèque historique de la ville de paris 2008


‘Paris capitale des livres’ in de Bibliothèque historique de la ville de Paris richt zich  ‘tant aux amoureux de Paris qu’aux amateurs d’histoire et aux bibliophiles’. De tentoonstelling is na 3 februari 2008 niet meer te zien, het affiche blijft.

♦♦♦

‘Men praatte over politiek, schold op Engeland, beklaagde het door partijen verdeelde Spanje, uitte zijn medelijden met het gedegenereerde Italië en het verslagen Polen. De dames zeiden niets of babbelden over literatuur, wat op hetzelfde neerkomt.’
■ Gustave Flaubert, Eerste leerschool der liefde (in 1845 voltooid maar pas in 1909 voor het eerst uitgegeven) (Nederlandse vertaling door Jenny Tuin, 1969), p. 35.

♦♦♦

Sur la lecture ‘“Er zijn misschien geen dagen in onze kindertijd die wij zo intens beleven als die waarvan wij dachten dat we ze niet echt beleefden: de dagen die wij doorbrachten met het lezen van een uitverkoren boek”. Zo begint Journées de lecture. In lange, duizelingwekkende zinnen, vol spitsvondige metaforen beschrijft Proust in detail de sfeer waarin hij zich als kind overgaf aan het plezier van het lezen. Want wat ons van het lezen immers vooral bijblijft is, zo betoogt hij, “het beeld van de plaatsen en de dagen waarop wij lazen”.’ Aldus een beschrijving op de website van de koninklijke bibliotheek. ■ In zijn inleiding bij John Ruskins Sésame et les lys (vertaling van Sesame and Lilies, 1864-1865) stelde Proust zich de vraag wat lezen eigenlijk betekende voor de mens. In Sur la lecture (zoals de titel van deze inleiding uit 1906 oorspronkelijk luidde) ‘Proust défend l’idée que la lecture ne vaut pas pour elle même, mais pour le seuil qu’elle permet de franchir vers soi’. In zijn geheel te beluisteren op teleramaradio.

♦♦♦

‘[...] Een andere vorm van intelligentie en zelfverdediging bestaat hierin dat je zo weinig mogelijk reageert en dat je je onttrekt aan situaties en omstandigheden waarin je veroordeeld zou zijn je “vrijheid”, je initiatieven als het ware weg te geven en louter reagens te worden. Ik neem als gelijkenis de omgang met boeken. De geleerde die feitelijk alleen nog in boeken “snuffelt” — een filoloog voorzichtig geschat zo’n 200 per dag — verliest ten slotte geheel en al het vermogen oorspronkelijk te denken. Snuffelt hij niet, dan denkt hij niet. Hij antwoordt op een prikkel (— een gedachte die hij gelezen heeft) als hij denkt, — hij reageert ten slotte alleen nog maar. De geleerde besteedt al zijn energie aan het ja en nee zeggen, aan de kritiek op het reeds gedachte, — hij zelf denkt niet meer... Het instinct van zelfverdediging is bij hem murw geworden; anders zou hij zich wel tegen boeken te weer stellen. De geleerde — een decadent. — Dat heb ik met eigen ogen gezien: begaafde, van aanleg rijke en vrije naturen, al tussen de dertig en veertig “naar de bliksem gelezen”, enkel nog lucifershoutjes die je moet afstrijken om ze vonken — ‘gedachten’ te laten afgeven. — ’s Morgens vroeg bij het aanbreken van de dag, in alle frisheid, in het morgenrood van je kracht, een boek lezen — dat noem ik liederlijk!’
■ Friedrich Nietzsche, Ecce homo (1908). Vertaald op basis van de eerdere vertaling van Pé Hawinkels door Paul Beers (2000), p. 49. [omhoog]

♦♦♦

‘Studeerenden en gestuurdeerde [sic] menschen van elke soort en elken leeftijd gaan in den regel alleen op kennis uit; niet op inzicht. Zij stellen er een eer in alles te weten, van alle steenen, of planten of veldslagen of experimenten en vooral van alle boeken. Dat de kennis een middel zonder meer tot het inzicht is, op zichzelf echter weinig of geen waarde heeft, valt hun niet in, is daarentegen de denkwijze die het wijsgeerige denken karakteriseert. Bij de geweldige geleerdheid van die veelweters, zeg ik wel eens tot me zelf: o, hoe weinig moet iemand toch te denken hebben gehad, opdat hij zooveel heeft kunnen lezen! Zelfs als ik van den ouderen Plinius hoor, dat hij steeds las, of zich liet voorlezen, aan tafel, op reis, in het bed, dringt de vraag zich aan mij op, of dan de man zoo’n groot gebrek aan eigen gedachten heeft gehad, dat hem zonder oponthoud vreemde moesten worden bijgebracht [...]’
■ Arthur Schopenhauer, ‘Over geleerdheid en geleerden’, in: idem, Parerga en paralipomena [Toevoegsels en uitlaatsels]. Kleine Philosophische geschriften (1851) (dl. II, 1908), p. 373. Op gutenberg zijn teksten van de grootse pessimist te vinden

♦♦♦

‘[...] En de achterste wand van dit kamertje was geheel bedekt door een groote boekenkast; daar stond namelijk de “gemeentelijke bibliotheek” van Sichem. Nog nooit had de Witte zooveel boeken bijeen gezien. Hij herkende ze nochtans zeer wel. ’s Winters liet vader daar ook boeken halen, maar de Witte had er nooit de handen mogen aansteken. Jongens van zijn jaren, meende vader, moesten enkel zorgen goed hun catechismus te kennen.

En nadat de Witte van de drie onderste rijen al de verschillende titels had gelezen, die in vergulde letters op den rug van ieder boek stonden gedrukt, trok hij er een uit waarvan de titel hem meer scheen te zeggen dan al de andere: De Leeuw van Vlaanderen. Het woord ‘Leeuw’ maakte op de Witte altijd een diepen indruk.

En de Witte begon daar in dat stille koele rommelkamertje, gezeten op een hoop oude schoolboeken, te lezen, te lezen dat zijn kop er van gloeide, dat hij uur en tijd vergat. En toen het gestommel in de klas daarnaast hem aankondigde dat het vier uur was, en hij den meester eveneens de klas hoorde uitstappen, foefelde hij het boek onder zijn jasje, deed zachtjes de deur van 't kamertje open, ritste de klas uit, en liep in één roef tot aan het veld naast zijn huis. En daar kroop de Witte het koren in, en las voort tot het donker werd en hij naar huis moest.

■ Uit Ernest Claes, De Witte (1928). Alles lezen kan op de dbnl. (JE)  

♦♦♦

‘Van sommige [hout-]blokken herken ik de historie, wat me een onbeschrijfelijk gevoel van voldoening geeft. ’s Avonds lees ik Zwarte mis, het fel beschenen boek van John Gray. Hoewel ik mezelf als een belezen middenklasser beschouw, merk ik dat ik veel te weinig weet van de grote, officiële geschiedenis. Dat compenseer ik met mijn kennis van de geschiedenis van de houtblokken.’
■ A.L. Snijders, ‘Houtblokken’, de Volkskrant 12 november 2007. Snijders is het pseudoniem van Peter Müller (1937), schrijver van ZKV’s, Zeer Korte Verhalen. Pieter Steinz bespreekt zijn bundel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk (2007). [omhoog]

♦♦♦

copyright bibliobs livre bas

De Nouvel Observateur heeft onlangs een boekenwebsite gelanceerd: bibliobs. Wie vooral is geïnteresseerd in ‘essais’ houdt het op die bladzijde; andere categorieën zijn bijvoorbeeld ‘beaux livres’, ‘documents’ en ‘jeunesse’. Vooral reageren op het gebodene, is de bedoeling, schrijf je eigen recensie. En nooit meer klagen dat je niet gehoord wordt.

♦♦♦

codex gigas 1906 [copyright koninklijke bibliotheek stockholm]


De Codex Gigas of Duivelsbijbel dankt zijn naam aan zijn enorme omvang, 89,5 x 49 cm, gewicht 75 kilo, en aan de grote afbeelding van een duivel in het manuscript, dat tussen 1200 en 1230 in Bohemen gemaakt is. Op de voorbeeldige website van de Koninklijke Bibliotheek van Stockholm die aan dit monnikenwerk gewijd is, zijn alle bladen digitaal te bewonderen, en zodanig te vergroten dat de tekst zeer goed te lezen is. Puur genot is ook de grote hoeveelheid informatie over deze bijzondere ‘uitgave’: alleen die al rechtvaardigt een langdurig virtueel bezoek aan de Zweedse Koninklijke Bibliotheek.

♦♦♦

‘Natalja moest [...] iedere morgen geschiedenisboeken, reisbeschrijvingen en andere opbouwende werken lezen [...]. De boeken werden uitgekozen door [haar moeder] Darja Michajlowna, die daarbij voorgaf een eigen speciaal systeem te volgen. In werkelijkheid gaf ze Natalja eenvoudig alles wat haar een Franse boekhandelaar in Petersburg toezond, met uitzondering uiteraard van de romans van Dumas-fils en Co. Die romans las Darja Michajlowna zelf.'
■ Iwan Toergenjew, Roedin (1856), vertaling K. van het Reve (1955), hfst. 5 (JE)

♦♦♦

De Britse humorist P.G. Wodehouse had voor de Tweede Wereldoorlog met veel succes korte verhalen en feuilletons gepubliceerd in de Verenigde Staten. Na de oorlog was er in het Amerikaanse literaire wereldje veel veranderd. Op 1 november 1946 schreef Wodehouse — vanuit een hotel in het Pavillon Henri Quatre in Saint-Germain-en-Laye, het huis waar Lodewijk XIV geboren was — aan een vriend, naar aanleiding van Pipe night, het nieuwste boek van John O'Hara:

‘What curious stuff the modern American short story is. The reader has to do all the work. The writer just shoves down something that seems to have no meaning whatever, and it is up to you to puzzle out what is between the lines.
It must be quite a job, though, writing anything for the American magazines these days. Here is a cautionary manifesto which one of them has sent out to its contributors. The editor says he won't consider any of the following:

“Stories about gangsters, politics, regional problems. Stories with historical settings. Military stories, World War Two. Stories with a college background. Sex stories. Stories with smart-alec dialogue. Stories in which characters drink. Stories with a newspaper background. Dialect stories. Stories about writers or editors or advertising men. Radio stories. Stories about religion. Stories concerning insanity. Crime stories. Mistaken identity stories. Stories of the First World War. Stories about adolescent characters.”

Apart from that, you're as free as the birds in the tree tops and can write anything you like.’

■ P.G. Wodehouse, Performing flea (1953) (ed. 1961, p. 166). (JE)

NB Lees ook het artikel in de New York Times van Stephen King over de zorgelijke toestand waarin de hedendaagse ‘American short story’ zich bevindt. (MB). ■ King constateert onder meer: ‘In too many cases, that audience [nl. de lezers van korte verhalen, JE] happens to consist of other writers and would-be writers who are reading the various literary magazines (and The New Yorker, of course, the holy grail of the young fiction writer) not to be entertained but to get an idea of what sells there.’ ■ Vergelijk wat Wodehouse (Performing flea, pp. 105-106) op 7 november 1936 schreef over de achteruitgang van de Britse tijdschriften voor korte verhalen: ‘I think the reason the English magazines die off like flies is that the editors are wondering timidly all the time what their readers are going to like, and won’t take a chance on anything that isn’t on exactly the same lines as everything else they have ever published.’ Daartegenover stelde hij als lichtend voorbeeld G.H. Lorimer van de Amerikaanse Saturday Evening Post, die ‘has always had an unswerving faith in his own judgement’. (JE) [omhoog]

♦♦♦

Alberto Manguel, die hier zeker geen introductie behoeft, is een groot lezer. In Faicts & Dicts 35 (in de leeszaal) is al aangehaald zijn devies lys ce que voudra, lees wat je wilt. Het staat op de deur naar zijn bibliotheek in een oude pastorie op het Franse platteland. [zie ook in geschrifte nr. 7]

♦♦♦

Op de prachtig vormgegeven website van gallimard zijn fragmenten uit de nieuwe boeken van najaar 2007 te beluisteren en interviews met auteurs te bekijken. Een abonnement op hun ‘newsletter’ is mogelijk. (Zie ook montaigne.)

♦♦♦

De historicus David Oshinsky schrijft in de ‘Sunday Book Review’ van The New York Times (9 september 2007) over de Amerikaanse uitgeverij Knopf die — als elke uitgeverij — wel eens heel verkeerde inschattingen maakt(e) bij het beoordelen van een manuscript. ■ ‘No thanks, Mr. Nabokow’, zoals de titel van het artikel luidt, begint met een wel heel wrang geval: ‘In the summer of 1950, Alfred A. Knopf Inc. turned down the English-language rights to a Dutch manuscript after receiving a particularly harsh reader’s report. The work was “very dull,” the reader insisted, “a dreary record of typical family bickering, petty annoyances and adolescent emotions.” Sales would be small because the main characters were neither familiar to Americans nor especially appealing. “Even if the work had come to light five years ago, when the subject was timely,” the reader wrote, “I don’t see that there would have been a chance for it.”’ De ‘reader’ had het dagboek van Anne Frank voor zich liggen... ■ Lees verder in The New York Times.

♦♦♦

boekendingen is een rijk gevuld weblog van Hans van den Bergh, die op 3 september 2007 een fraai bericht over ‘de lezende kip’ en rabelais.nl plaatste. Ook anderszins zeer de moeite waard; boekenliefhebbers abonneren zich dus op een rss feed.

♦♦♦

‘Vroeger snoepten wij in Frankrijk smeerkaasjes van La Vache qui rit, nu lezen wij bij La Poule qui lit...
■ Aldus citatenvorser Jaap Engelsman. Laten we hopen dat ook dit een gevleugeld woord wordt...

♦♦♦

prosexpress stelt een bijzondere manier van lezen voor: ‘une promenade hypertexte dans un domaine esthétique encore neuf, peu formalisé, celui des proses narratives ultra-courtes. Ce sont des extraits complets, conçus comme tels par leur auteur, mais une invite évidemment à lire en entier le livre chaque fois indiqué d'où ces textes proviennent’.  Dat Rabelais op de leeslijst figureert is vanzelfsprekend.

♦♦♦

‘[Vestdijk] was geen gemakkelijke auteur, stelde hoge eisen aan de eruditie van de lezer. Je moet wel wat weten om in zijn boeken door te dringen. Dat gaat in de loop der decennia door het gebrekkige onderwijs in de literatuur- en kunstgeschiedenis verloren. De immense vreugde van het lezen gaat verloren. Ik kan me niet voorstellen dat mensen moeten worden gedwongen om een boek te lezen. Doodjammer. [...] Lezen is, denk een talent. Niet iedereen kan het, echt lezen. Dat heeft ook te maken met je eigen mogelijkheid tot uitbreiding van je werkelijkheid. Daar heb je een gave voor nodig die niet iedereen heeft, of hoeft te hebben. Daar kun je iemand niet toe dwingen. Het is iets anders dan een telefoonboek lezen, of de krant.’
■ Hella Haasse, in een interview door Arjan Peters uit 2003; opgenomen in De handboog der verbeelding. Arjan Peters in gesprek met Hella S. Haasse (2007). [omhoog]

♦♦♦

Diderot Martin de Haan houdt een kort maar warm pleidooi voor het lezen van Diderot (in de Pléiade-uitgave): ‘sla het voorwoord, de noten en alle andere onzin over, begin te lezen en je bent verkocht’.

copyright verwijl.nl


Gallimard ‘J'ai aimé ce métier parce que j'aimais les livres, j'aimais les collectionner. Aujourd'hui, les bourgeois ne s'intéressent plus aux livres. Nous sommes loin de l'époque de mon grand-père, où des abonnés achetaient toutes les nouveautés, dont un exemplaire du premier tirage leur était réservé. C'est fini. Ce qui intéresse les gens, ce sont les écrans plasma et les home cinémas.’
■ Aan het woord is de ‘entrepreneur-éditeur’ Gaston Gallimard, van de gelijknamige uitgeverij, in 1911 gesticht door zijn grootvader (interview in Le Figaro litteraire).

♦♦♦

[krantenbericht, eind april 19..]

Vroege bezoeker op de koffie [oftewel hoe boekenkisten haar eer redden]

Nijmegen — Een paar goed gevulde boekenkisten hebben gistermorgen waarschijnlijk voorkomen dat een 19-jarig meisje werd aangerand in haar eigen kamer aan de St. Annastraat.
Omstreeks vijf uur in de ochtend stond plotseling een vreemdeling naast haar bed; vermoedelijk is het een [...] geweest, die haar vroeg mee te gaan om ergens een bak koffie te gaan drinken.
Het meisje wist de man de kamer uit te praten, maar ze verzuimde de deur op slot te doen. Het gevolg: even later stond de man opnieuw in het vertrek met de vraag of ze misschien een slaapplaats voor hem had. Ook nu slaagde het meisje erin de onbekende man naar buiten te werken, maar enkele ogenblikken later stond hij er wéér.
Ditmaal pakte de man het meisje bij de schouders en gooide haar op bed. Het meisje slaagde er echter voor de derde keer in de [...] de gang op te krijgen. Ditmaal barricadeerde ze haar kamerdeur met enkele boekenkisten, omdat de sleutels spoorloos waren; vermoedelijk heeft de vreemde bezoeker ze meegenomen.
Hij heeft nog een vierde keer geprobeerd binnen te komen, maar de zware kisten verhinderden dit. Daarna heeft hij zich niet meer laten zien.

Het verhaal klopt, behalve dit: het meisje wilde haar deur wel op slot doen, maar kon dat niet omdat betreffend slot kapot was. Zij was net verhuisd en van de regen in de drup gekomen: van een piepkleine, brandgevaarlijke kamer naar een grotere, maar anderszins gevaarlijke. Moraal van het verhaal: hoed u voor huisjesmelkers en laat na een verhuizing altijd wat boekenkisten onuitgepakt... [omhoog]

♦♦♦

Classicus en emeritus hoogleraar leerpsychologie Rogier Eikeboom richtte de Stichting Panta Menei op om hoogtepunten uit de literatuur toegankelijk te maken voor hen die niet geverseerd zijn in de taal van, bijvoorbeeld, Homerus of Poesjkin: een mooi iniatief.

♦♦♦

figeac place de l'écriture [foto monique bullinga 2007]


Jean François Champollion (en misschien de Engelsman Thomas Young; lees bijvoorbeeld het ongemeen goed geschreven en zelfs voor leken goed te volgen The code book: the science of secrecy from ancient Egypt to quantum cryptography van Simon Singh, 1999) ontcijferde het hiëroglyfenschrift — elk schoolkind weet het — met behulp van de in 1799 gevonden ‘Steen van Rosetta’. Een soldaat uit het leger van Napoleon vond de steen in de buurt van fort St. Julien, waar hij gelegerd was. Na de overwinning van de Engelsen op de Fransen in 1801 werd de steen als oorlogsbuit afgeleverd bij het British Museum, waar hij zich nog steeds bevind — ondanks herhaalde verzoeken van Egypte om dit voor hen zo waardevolle stuk af te staan. Zelf noemt het museum  het trouwens ‘high profile acquisitions [as the Rosetta Stone and other antiquities from Egypt (1802)]’. ■ Onlangs werd bekend dat de Egyptische regering het nog eens probeert: zij wil hem een paar maanden in bruikleen voor de eerste expositie in het nieuwe Grand Egyptian Museum, dat in 2012 geopend zou moeten worden. ■ Nu wil het toeval dat we afgelopen juni (2007) in Figeac, geboorteplaats van Champollion, het prachtige ‘Place de l’Ecriture’ bezochten, ingericht door de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth. Op een intieme binnenplaats ligt een enorme steen van Rosetta in graniet: indrukwekkend, en erg mooi. De foto hierboven toont de steen op zijn kop, door de lichtspiegeling konden we er niet meer van maken.

♦♦♦

laker the golden tulip [foto monique bullinga 2007]


Inspelend op de altijd kortdurende actualiteit een kleine aanvulling op het artikel dat Roelof van Gelder schreef over Anne Goldgars Tulipmania (NRC 20 juli 2007). De mythe van de tulpomanie ontkracht, lang leve de mythe, zou je kunnen concluderen. Maar Rosalind Lakers The Golden Tulip (1991) heeft met de tulpengekte, in tegenstelling tot wat Van Gelder in zijn slotregels vermoed, niets te maken. Het is gewoon een geslaagde historische roman over een vrouw die, gehuwd met een tulpenbollenkweker — dat wel —, deze verlaat om in de leer te gaan bij Vermeer. Acht jaar later deed Tracy Chevalier iets soortgelijks met Girl with a pearl earring.

♦♦♦

bate en rasmussen ed., william shakespeare, the complete works (the rsc shakespeare,  2007) [foto: monique bullinga]

 

 


 

Shakespeare ‘Alweer een nieuwe Shakespeare-editie? Jazeker, en een die er waarachtig toe doet. Twee kenners presenteren een schoon-gemaakte herdruk van de “First Folio”, met de stukken zoals ze ooit gespeeld werden. Eerherstel voor de Bard als denker en theatermaker.’ Aldus David Rijser in zijn bespreking in NRC Handelsblad van 6 juli 2007 van de prachtige Shakespeare-editie die onlangs het licht zag. Het is een uitbundig boek te noemen, en een dat niet nalaat te verbazen door zijn grondigheid. Beslist een aanrader. [omhoog]
 

♦♦♦

Een liseuse, zo vertelde de leerbewerker die er — in Martel — de kost mee verdiende, is gewoon een protège-livre. Maar je kúnt het omslag natuurlijk ook als cache-livre gebruiken... Ik viel er onmiddellijk voor, al is het formaat slechts geschikt om er een dunne pocket in te lezen. Kijk op liseuses voor een tentoonstelling in de maak.

♦♦♦

‘Als ik genoeg heb van het ene boek, neem ik een ander; en ik geef mij er alleen dan aan over als het nietsdoen mij gaat vervelen.’
■ Montaigne, in: ‘Over boeken’, in: idem, De Essays, II.10. Vertaald door Hans van Pinxteren (2006, p. 217).

♦♦♦

Met ‘Ce livre de la vie est le livre suprême’ begint een fraai grafschrift dat niet alleen naar vorm maar ook naar inhoud het boek als onderwerp heeft. Een selectie van grafboeken, alle gemaakt in één gehucht in Frankrijk, dat nu hooguit 20 zielen telt, maar op zijn begraafplaats heel wat gedenkstenen in de vorm van een boek. [Foto’s: Monique Bullinga]

♦♦♦

atelier de reliure figeac 2007 [foto monique bullinga]boekbindster figeac 2007 [foto monique bullinga]

In Figeac mochten we een boekbindster aan het werk fotograferen.

♦♦♦

[gedicht en foto:  monique bullinga]


De taaladviesdienst maakte de leden van een besloten mailgroep opmerkzaam op een — voor mij — nieuw fenomeen, dat van het stapelgedicht. Max Dohle verzamelt ze op zijn blog over stapelgedichten; daar zijn tevens de ‘spelregels’ te lezen. Natuurlijk werd ook ik door het virus aangestoken:

Een lot uit de loterij
Passionate minds
Madame du Châtelet
Voltaire, help
Forbidden texts

Het is jammer dat het bij het laatste boek om een vertaling gaat, want de oorspronkelijke titel luidt: Ces livres qu’on ne lit que d’une main (1991).

♦♦♦

Een van de vragen in de rubriek ‘Zelfportret’ in HP/De Tijd is: ‘Van wie heeft u het meest geleerd?’ Het antwoord van Marjolein Februari: ‘Van de boeken. Dat wordt onderschat. Men denkt dat je van het leven zelf veel leert, maar het mag weleens gezegd dat je ook van lezen veel opsteekt.’
HP/De Tijd 16 maart 2007, p. 44. [omhoog]

♦♦♦

[Video] Jaap Engelsman stuurde een link op naar een bijzonder geestig filmpje. Hoe lees je een boek? Tja, da’s ook best moeilijk. Mr. Bean daarentegen heeft de helpdesk niet nodig. Hij durft zich zelfs in een bibliotheek te begeven — gewapend met het juiste materiaal...

♦♦♦

Martin Sommer schrijft in de Volkskrant van 18 mei 2007 onder andere over Scoop — A novel about journalists van Evelyn Waugh en verhaalt de volgende anekdote over de journalist Corker, die achter een ‘scoop’ aan moet. ‘Om te voorkomen dat de concurrentie zijn primeur zou inpikken, telegrafeerde hij zijn artikel in het Latijn. Waugh was immers van voor de Mammoetwet. [Maar ook] daar rekent de werkelijkheid af met de gedachte dat alles vroeger beter was. De wereldprimeur werd op de redactie van de Daily Mail terzijde gelegd. Niemand kon hem lezen.’

♦♦♦

‘Alors même que je suis en train de lire, je commence à oublier ce que j’ai lu et ce processus est inéluctable, il se prolonge jusqu’au moment où tout se passe comme si je n’avais pas lu le livre et où je rejoins le non-lecteur que j’aurais pu rester si j’avais été mieux avisé.’
■ Pierre Bayard, Comment parler des livres que l’on n’a pas lus? (2006), p. 55. Zie ook lezen of niet en de bespreking door Piet Offermans in recensies.

♦♦♦

Ordening van boeken op kleur? Interieurtechnisch gezien vast zeer interessant. Alhoewel ik van een boek meestal wel weet hoe de rug eruitziet en ik het dus zó van de plank kan halen, zou ik al snel nergens meer zijn als de titels in mijn bibliotheek niet op genre en onderwerp, en vervolgens op chronologie of op alfabet zouden zijn gerangschikt. Nee, voor mij dus geen ‘Arranging Books by Color’.

♦♦♦

‘En [Sapience Cornut] verloor zich in verheven politiek, ontvouwde plannen groot als de wereld, had het over de ziel van samenlevingen, leidde de universele republiek gebaseerd op de drie onwankelbare pijlers: vrijheid, gelijkheid, broederschap.
Toen hij zweeg, stortte de zaal zowat in door het bravogeroep. Patissot wendde zich stomverbaasd tot zijn buurman.
“Is hij niet een beetje getikt?”
De oude heer antwoordde: “Nee meneer, zo zijn er tig. Dat komt door het onderwijs.”
Dat begreep Patissot niet. “Door het onderwijs?”
“Ja, ze kunnen nu lezen en schrijven, daardoor komt die sluimerende stomheid bovendrijven.”’
■ Guy de Maupassant, ‘Zondagen van een Parijzenaar’ (1880), in de vertaling van Hans van Kuijlenborg opgenomen in: Op een lenteavond. Alle verhalen 1875-1881 (2de dr., 2000). Zie voor het Frans: Maupassant.

♦♦♦

‘Zoals het vele lezen en leeren afbreuk doet aan het eigen denken; zoo ontwent het vele schrijven en onderwijzen de menschen aan de duidelijkheid en eo ipso [juist daardoor] aan de grondigheid van het weten en begrijpen.’
■ Arthur Schopenhauer, ‘Over geleerdheid en geleerden’, in: idem, Parerga en
paralipomena [Toevoegsels en uitlaatsels]. Kleine Philosophische geschriften
(dl. II, 1908), p. 373.

♦♦♦

‘I walked through tall gates into the cobbled courtyard within. On the far side, a queue of tourists still waited, late as it was, to get into the library [in Dublin] to see the Book of Kells, an eighth-century illuminated manuscript in Latin, stolen from Schotland, some said, by Irish monks [...]. It was obviously doing good business, though I’ve never been to see it myself. I was waiting for the paperback to come out.’
■ Ingrid Black, The dead (2003), p. 64.

♦♦♦

‘“I didn’t know [him] that well,” Salvatore said. “We attended a few of the same conferences, contributed to some of the same symposiums and journals. He reviewed me once. Badly. Never give an academic a bad review, they’ll never forget it. We don’t make enough from our writings to put up with bad reviews.”’
■ Idem, p. 152.

♦♦♦

Voltaire verblijft zomer 1740 in Den Haag als hij over de lagelanders dicht:

‘Een volk dat vrolijk handel drijft,
In een troosteloos land verblijft,
Vaak zijn leven slijt op een boot,
Lucht verkoopt aan elke malloot
En zich bewijst als speculant;
De boekverkoper slijt zijn klant
Graag zaken die hij zelf niet snapt,
Als in de kerk de predikant;
Daar hij uit vele vaatjes tapt,
Stuurt hij per post in Duitsland rond
Karrenvrachten slechte romans,
Het werk van luie charlatans,
Die hij in Frankrijk ruimschoots vond.’

■ Voltaire, Briefwisseling met Frederik de Grote 1736-1778. Vertaald door en met een inleiding van J.M. Vermeer-Pardoen (2007); brief van Voltaire aan Frederik, 20 juli 1740. (Zie ook voltaire, en koop de cd-rom die Daniel Boudin aanbiedt op voltaire-integral: hij doet in zijn eentje fantastisch werk, en die luizige 50 euro’s zijn een kleine steun.) Voor een bladzijde leesvermaak over l’horrible danger de la lecture (1766) moet je trouwens ook hier zijn.

 

[omhoog, terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]