[montaigne]

Rondom Montaigne


Behalve Rabelais reken ik Montaigne tot mijn vrienden. Op deze website over Rabelais is dus een bescheiden pagina vrijgemaakt voor boeken- en overig nieuws die ándere grote zestiende-eeuwer betreffende, als onderdeel van de lezende kip.

© Monique Bullinga | m [at] rabelais [punt [nl]

[terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]
 

montaigne detebe klassiker essais 1996

Dit fraaie portret (anoniem, French School, 17de eeuw) siert een Duitse vertaling van de Essais: Essais [Versuche] nebst des Verfassers Leben nach der Ausgabe von Pierre Coste ins Deutsch übersetzt von Johan Daniel Tietz [1753-1754]. Winfried Stephan ed. (3 dln., Diogenes Verlag, Zürich 1996)
 

Inhoudsopgave

Montaigne Online & Montaigne Actueel

Niet te missen titels
Colloquium ‘L’erreur chez Montaigne’
Philippe Desan, Montaigne. Une biographie politique
Over Yves Louagie, Montaigne de lettres et de pierres
Jean-Yves Pouilloux op Arte.tv
Un été avec Montaigne, voordrachten en vertaling
Over Hans van Pinxteren, De hond van Rabelais
Montaigne gelezen door Martin Hulsenboom
NB voorpublicatie uit Hans van Pinxteren, De hond van Rabelais. Fasen in een vertaalproces
Monique Bullinga, Diski’s Marie le Jars de Gournay: hysterica?
De toren van Montaigne
Piet Offermans, ‘Tour à la Tour’
Ed Schilders, ‘Hoofd


 

Montaigne online
 

sarlat rue montaigne  foto: monique bullinga 2013

 

Introductie Vanzelfsprekend is er online ook over Montaigne heel veel te vinden. Om de weg niet meteen al kwijt te raken: een uitstekende introductie tot zijn leven en werk biedt de Stanford Encyclopedia of Philosophy.

Essais De ‘Texte des Essais d'après l'Exemplaire de Bordeaux (édition Villey-Saulnier)’ en de ‘Texte des Essais d'après l'édition posthume de 1595 publiée par Marie de Gournay’ zijn te vinden op de website van de Universiteit van Chicago. Deze rijke site biedt eveneens een fraaie reeks portretten van Montaigne. De eerste vier jaargangen (1989-1992) van de Montaigne Studies zijn er als pdf gratis te downloaden. Philippe Desan  leidt het redactieteam; tot de leden ervan behoort ook Paul J. Smith, lid van ‘Fay ce que vouldras’ (zie fcqv), en met A.E. Enenkel verantwoordelijk voor de bundel Montaigne in the Low Countries.
♦ Heel handig is de hertaling in modern Frans die Guy Jacquesson alias ‘de Pernon’ maakte; zie Pernon.

Vertalingen John Florio (1553-1625) en Charles Cotton (1630-1687) vertaalden de Essais, respectievelijk in 1603 en 1685. Hun vertalingen, zoveel mag duidelijk zijn, nodigen uit tot kijken en vergelijken.

Van Pinxteren Een uitgebreid artikel / interview met Montaigne-vertaler Hans van Pinxteren door Klaas van der Hoek staat in het Nieuw Letterkundig Magazijn (2001). Zie ook de voorpublicatie van 3 juli 2011 en de aanvulling bij Un été avec Montaigne.

Spreuken Voor de beroemde spreuken aan de balken zie bijvoorbeeld de sentences. [omhoog]

Bibliografie Op de website van de montaignestudies is een uitgebreide lijst secundaire literatuur te vinden; Henk bij de Weg houdt eveneens een online bibliography bij.

 

Montaigne actueel
 

desan montaigne 2017 cover4


De Engelse vertaling van Phillipe Desans Montaigne-biografie verscheen zojuist, januari 2017 (zie ook hieronder). De gebonden uitgave is momenteel voor 30,70 te koop bij Bookdepository. Desan over de vertalers:

The English translation of this book by Steven Rendall and Lisa Neal surpasses my best expectations and in many ways renders the reading more fluid. Thanks to their careful reading and editing, many blunders and ambiguous passages present in the French edition have been corrected. (‘Acknowledgements’, p. ix)

Dit moet hun als muziek in de oren klinken — voor de lezer klinkt het in elk geval niet slecht.

♦♦♦

siam


Op de site van de Société Internationale des Amis de Montaigne wordt — met enige trots — het aantal bezoekers van december 2016 vermeld: 650, van wie 540 uit Frankrijk en 45 uit de Verenigde Staten. Nederland staat (samen met Engeland) op de laatste plaats: een schamele vier bezoekers.
Ik vroeg me af wie die andere drie waren. U misschien?

♦♦♦

Twee magnifieke nieuwe Montaigne-publicaties liggen in het verschiet. Half december 2016 maart 2017 verschijnt bij de Oxford University Press Warren Boutchers The school of Montaigne in Early Modern Europe. Vol. I: The Patron-Athor. Vol. II The Reader-Writer. Uit het prospectus:

This major two-volume study offers an interdisciplinary analysis of Montaigne's Essais and their fortunes in early modern Europe and the modern western university. Volume one focuses on contexts from within Montaigne's own milieu, and on the ways in which his book made him a patron-author or instant classic in the eyes of his editor Marie de Gournay and his promoter Justus Lipsius. Volume two focuses on the reader-writers across Europe who used the Essais to make their own works, from corrected editions and translations in print, to life-writing and personal records in manuscript.

Op de site van de Oxford UP meer informatie over deze publicatie. Het wordt diep in de buidel tasten: £ 125 voor de twee delen samen. Maar in geen enkele Montaigne-bibliotheek, hoe bescheiden ook, zal deze uitgave mogen ontbreken; de inhoudsopgave alleen al toont dit overtuigend aan.

Voor het door Philippe Desan geredigeerde ‘handboek’ gelden beide beweringen onverkort:

desan montaigne handbook cover


Een afbeelding van het complete omslag (met een lijst van bijdragende auteurs) is te downloaden op academia.edu. De prijs fluctueert, maar op dít moment, 21 januari 2017, kunt u dit kloeke boekdeel aanschaffen voor slechts 114,04. [omhoog]

♦♦♦

Een fraaie 3D-weergave van de librairie van Montaigne laat zien dat die suffe pop is weggehaald, sinds wij onze ‘Tour à la Tour’ deden, en dat de boekenkast is volgezet met mooie oude bandjes.

♦♦♦

dali montaigne 1947

Salvador Dali, portret van Montaigne, in een door hem geïllustreerde uitgave van de Essais, uitgegeven door Doubleday and Company, 1947

♦♦♦


L’Erreur chez Montaigne Op canal-u is (sinds 16 april 2015) een fantastische reeks voordrachten te beluisteren met als thema L’erreur chez Montaigne. Het gaat om de bijdragen aan het Colloque International de la Société Internationale des Amis de Montaigne (SIAM), gehouden te Bordeaux op 3, 4 en 5 december 2014. Sprekers waren onder meer Evelien Chayes, Daniel Ménager, Alain Legros en Blandine Perona.

Te hopen is dat de teksten te zijner tijd ook in boekvorm worden uitgegeven. Het zou een mooie aanvulling zijn op de Dictionnaire de Michel de Montaigne. Philippe Desan ed. (2007) en Le dictionnaire des Essais de Montaigne. Bénédicte Boudou ed. (2011): in geen van beide uitgaven komt het lemma erreur voor.

 

desan colloque 2014

 

Philippe Desan vroeg zich af ‘Quelles sont les “quelques erreurs en [l]a vie” de Montaigne?’, een verwijzing naar III, 2 ‘Du repentir: ‘J’ay encouru quelques lourdes erreurs en ma vie [, et importantes]’ (Balsamo e.a. ed. 2007 p. 855). In de vertaling van Van Pinxteren (2004 p. 998) werd dat: ‘Ik heb in mijn leven een paar vergissingen gemaakt die ernstige gevolgen hadden’.

Een van de gevolgen van deze lezingencyclus is dat je opnieuw, weer, en voor de zoveelste keer naar Montaigne zelf grijpt.

♦♦♦

‘Ik vraag haar wat het begrip [humanisme, MB] voor haar persoonlijk betekent. “Het betekent dat je onder alle omstandigheden de ander in zijn waardigheid respecteert. Dat je alles wat je van die ander niet begrijpt bespreekt, dat je er met elkaar over praat om te proberen die ander wél te begrijpen. Het betekent ook niet geloven, niet je heil zoeken bij hogere machten. Je gaat ervan uit dat alles wat we hebben, weten en kunnen hier is, je beseft dat we het daarmee moeten doen. Je verschuilt je niet achter illusies die je zelf hebt geschapen als een soort houvast. Je moet je houvast vinden in bewust leven, in de werkelijkheid om je heen. Dat is wezenlijk voor mij, daar sta ik voor. Dat probeer ik in mijn leven waar te maken, dat probeer ik uit te stralen.” Is daarom Montaigne ook belangrijk voor haar? “Absoluut. Ik las hem voor het eerst tijdens mijn studie. Montaigne is zo’n schrijver waarbij je op iedere bladzijde uitroeptekens in de kantlijn zet bij het lezen. Hij formuleert dingen waarvan je steeds zegt: ja, dat is zo, zaken die je niet zelf bedacht hebt, maar die je bedacht had kunnen hebben. Montaigne is een pronkstuk van de rede, zijn uitspraken zijn nu nog steeds geldig.”’

■ Hella Haasse in gesprek met Margot Dijkgraaf, 21 november 2004, in:  Margot Dijkgraaf, Spiegelbeeld en schaduwspel. Het oeuvre van Hella S. Haasse (2014), p. 159.

♦♦♦


lagrange couverture desan 2014Deze fraaie Montaigne van Jean-Bastien Lagrange siert het omslag van Philippe Desans nieuwste boek, Montaigne. Une biographie politique, begin 2014 verschenen bij Odile Jacob.  De flaptekst, bij gebrek aan eigen lectuur:

‘Qui était vraiment Michel de Montaigne? Peut-on se fier à l’auteur des Essais quand il dépeint un moi universel dans son “humaine condition”, autrement dit un moi dissocié des vicissitudes de l’histoire?
      À rebours du mythe auquel Montaigne a le premier largement contribué, cette biographie s’interroge sur l’historicité des Essais et leur inscription dans les pratiques politiques et sociales de la fin de la Renaissance. Conseiller au parlement de Bordeaux, ville dont il devint maire et gouverneur, négociateur et ami proche du futur Henri IV, Montaigne incarnait cette noblesse de robe qui voulait s’intégrer à la moyenne noblesse d’épée. Acteur de son temps, il conçut chaque édition de ses Essais (il y en eut quatre de 1580 à 1592) comme le corollaire indispensable d’une carrière politique riche en rebondissements.
      À travers ce parcours se découvre ainsi un autre Montaigne que celui dont nous sommes familiers, détaché et stoïque: un Montaigne qui ne séparait pas sa vie privée de sa vie publique, un Montaigne pris dans les tumultes de son temps — il connut pas moins de huit guerres civiles et se retrouva embastillé par la Ligue —, un Montaigne enfin dont les prises de parole comme les silences obéissaient d’abord à des raisons stratégiques.
      Ni candide ni transparent, ne cédant pas non plus au machiavélisme de son époque, ce Montaigne-là donne une nouvelle épaisseur à celui de la légende littéraire.’

Een dikke 700 blz. voor slechts 29,90 is een cadeau dat je je niet mag ontzeggen.

Nieuw In januari 2017 zal de Engelse vertaling van deze ‘new standard biography of Montaigne’ (Peter Mack) verschijnen. Steven Rendall en Lisa Neal tekenden voor Montaigne. A life. Zie voorlopig press.princeton.edu voor meer informatie over het boek.

♦♦♦

 

louagie montaigne de lettres et de pierres

 

Het mooiste boek dat ik in tijden in handen heb gehad is Montaigne. De lettres et de pierres van Yves Louagie, dit jaar verschenen bij uitgeverij Avant-Propos in Waterloo. Louagie — in het dagelijks leven chirurg — greep een periode van gedwongen nietsdoen aan om de Essais te lezen. Hij werd erdoor gegrepen en reisde vervolgens als schrijver, maar vooral als fotograaf langs de ‘lieux de Montaigne’, om de beroemde woorden van Pierre Nora nog maar eens te parafraseren.
 

louagie montaigne de lettres et de pierres p. 12

 

Louagies verhaal over Montaigne, met citaten uit de secundaire literatuur en doorspekt met fragmenten uit de Essais, is de neerslag van zijn studie. Nu zijn er bibliotheken vol geschreven over Montaigne, en de auteur is de eerste om zich de vraag te stellen: ‘Quelle place peut donc occuper ce livre dans nos rayons déjà si riches?’ Ik antwoord in zijn plaats: de fotografie is wat dit boek zo rijk en bijzonder maakt en het een plaats geeft in de eregalerij van Montaigne-uitgaven. Een klein aantal afbeeldingen is afkomstig uit onder meer de Bibliothèque municipale de Bordeaux en een privé-collectie. Maar het grootste deel is het werk van Louagie zelf, die met zijn camera wonderen van schoonheid heeft verricht. In zijn landschappen kun je rondwandelen, je voelt de warmte van de zon, ziet deze glinsteren in een watertje. Grafsteen, fresco, timpaan, stenen en houten beeld: elke oneffenheid, elke kleurnuance, alles zie je, je bent er bij, raakt ze aan.

Deze lévende foto’s, die ook nog eens ongelooflijk fraai zijn afgedrukt, leveren een welkome bijdrage aan de ‘biografie’ van Montaigne — zoveel beeldmateriaal is er immers niet. Maar juist het huisje in Papessus waar Montaigne bij een voedster zijn eerste drie levensjaren zou hebben doorgebracht, de straten en steegjes in Bordeaux, het land waarover hij uitkeek vanuit zijn kasteel, de toren die zijn bibliotheek herbergde en waarin hij schreef, lenen zich uitstekend voor de sfeervolle vastlegging door Louagie. Steen en natuur zijn nauwelijks veranderd, letter en steen vullen elkaar aan. En Montaigne laat zich erin en erdoor kennen: ‘[...] puits, chapelles, vieux murs, corniches, chapiteaux, dalles, colonnes, bas-reliefs, frontons, autant de pierres qui marquent la présence de Montaigne’, schrijft Philippe Desan in zijn ‘Éloge du topographe’.

Louagie heeft zijn reis gemaakt, de lezer kan in zijn voetsporen treden. Op de website van de Amis de Montaigne is het eerste hoofdstuk te downloaden: blader, kijk, laat u verrassen. En koop vervolgens deze schitterende uitgave.

Aanvulling 1 maart 2014 Yves Louagie is een van de sprekers op het colloquium Montaigne à l’Étranger (voyages avérés, possibles et imaginés), dat op 25 en 26 april in Parijs gehouden wordt. Hij bevindt zich in het uitmuntende gezelschap van onder anderen Warren Boutcher, Concetta Cavallini, Philippe Desan, Alain Legros en François Rigolot. [omhoog]

♦♦♦

2013 09 22 arte enthoven pouilloux


Op arte.tv interviewt Raphaël Enthoven Jean-Yves Pouilloux over Montaigne en zijn Essais. Het resultaat is een zeer levendig gesprek waarin vele aspecten van Montaignes ‘praktische’ filosofie aan bod komen. De interviewer geeft Pouilloux misschien iets te weinig ruimte, maar dat wordt goedgemaakt door de onverstoorbare vriendelijkheid van deze Montaigne-kenner, en toch ook wel door het enthousiasme dat Enthoven uitstraalt.

♦♦♦

Op deze plaats is N.A. Egels dissertatie Montaigne. Die Vielheit der Welt im Spiegel des Selbst (2008) te downloaden.
&
Lees hier een bericht van Philippe Desan over een spannende ontdekking...

♦♦♦

france inter un été avec montaigne 2012

 

Radio France Inter heeft in Un été avec Montaigne negenendertig korte fragmenten uit de Essais bijeegebracht, gelezen door Daniel Mesguich en van commentaar voorzien door Antoine Compagnon. Mesguichs voordracht verplaatst de toehoorder (deze althans) even naar de toren van Montaigne zelf, erg mooi. De teksten van de steeds zo’n 4 à 5 minuten durende uitzendingen zijn eveneens opgenomen. Prachtige serie, die nog te beluisteren is tot maart-mei 2015.

NB Het in mei 2013 uitgebrachte boekje met de teksten van deze uitzendingen is een bestseller geworden in Frankrijk. Le Figaro besteedde er op 9 augustus 2013 aandacht aan en vroeg de auteur, Antoine Compagnon, naar een verklaring voor dit onverwachte succes:

‘Mis à part l’excellent titre, très séducteur, ce succès public et critique répond à une attente: celle de découvrir ou redécouvrir un auteur classique, un sage, qui a rédigé un véritable exercice spirituel, fragmenté, et ce avec une grande liberté de ton. Reste que cet accueil est aussi réjouissant que déconcertant… L’éthique de vie que propose Montaigne n’a toujours pas pris une ride. C’est également une esthétique, un art de vivre en beauté, qui ne peuvent que séduire. Il nous incite, par-delà les siècles, à profiter, à jouir du moment présent dans sa plénitude, sans appréhension de la mort. D’une certaine manière, il rejoint là son cher Horace et son fameux “Carpe diem”: cueille le jour présent, sans te soucier du lendemain.’


compagnon 2014 cover


Aanvulling juni 2014
Zojuist verscheen Een zomer met Montaigne, vertaald door
Hans van Pinxteren, bij Atheneum — Polak & Van Gennep. Het boekje telt 134 bladzijden
en kost € 15,- | e-book € 9,99. [omhoog]

♦♦♦

Nieuwe Saggi Bij Bompiani verscheen zojuist (mei 2012) een herziene vertaling van de Essais door Fausta Garavini (1938). De vertaalster en schrijfster doceerde Frans aan de Universiteit van Florence; in 1966 al verscheen haar vertaling van Montaignes Essais, die vele herdrukken kende. De tweetalige uitgave die nu in een dundruk van meer dan 2500 pagina’s van de persen kwam is geheel herzien op basis van de Franse editie uit 1998 bezorgd door André Tournon, die ook een introductie schreef en het notenapparaat voor zijn rekening nam.

bompiani montaigne cover1


Ruim veertig jaar liggen er tussen de eerste en deze herziene vertaling: dat moet tot aanzienlijke verschillen hebben geleid. Garavini zelf zegt in haar voorwoord in elk geval (lxxxiii-lxxxiv):

‘[...] fermo restando che, da una lingua all’altra è indispensabile talvolta mutare ritmi e cadenze. La rivisione, a distanza di tanti anni, e dopo una vita di studi, ha necessariamente comportato anche une rinnovata, approfondita riflessione, sia per ringiovanire una lingua che già rivelava qualche ruga, sia per risolvere nodi non del tutto chiariti nella precedente versione.’

Bompiani heeft een zeer goed verzorgd boek uitgegeven; voor het luttele bedrag van € 50,- kan men het aanschaffen bij de enige Italiaanse boekhandel in Nederland: libreria bonardi.
[omhoog]

♦♦♦
 

Vertalen, een kunst, een kunde Over Hans van Pinxteren, De hond van Rabelais. Fasen in een vertaalproces. VertalersVakschool, Amsterdam 2012, 160 blz., 12,50 excl. verzendkosten,
te bestellen bij vertaalverhaal.

Na een korte voorpublicatie op deze pagina is dan nu de hele bundel te lezen. Ik had er naar uitgekeken, heb het in één adem uitgelezen, en kwam veel te snel bij het einde: na 160 niet al te dicht bedrukte pagina’s was het op. Van Pinxteren (1943) bracht boeiend materiaal bijeen, geschreven in de loop van zijn lange vertalerscarrière en grotendeels eerder gepubliceerd. Hij doet op zeer persoonlijke wijze verslag van een aantal vertaalervaringen, en geeft zichzelf daarbij soms zo bloot, komt zo dichtbij, dat je als lezer een door hem beschreven gevoel van paniek haast in real time beleeft. Als iets na lezing blijft resoneren is het wel dat vertalen voor Van Pinxteren een zich tot het uiterste inleven is en dat dit zelfs fysieke consequenties kan hebben. Een citaat uit ‘Flauberts Salammbô: een bijna fysiek treffen’ (eerder gepubliceerd in 2009; Salammbô verscheen in 1978) mag als voorbeeld dienen:

Zeker, het inleven in de auteur en zijn werk is een belangrijke stap in de richting van een levendige vertaling. Maar door de jaren heen ben ik mij er steeds meer van bewust geworden dat deze werkwijze ook gevaren met zich brengt. Zo deden de vaak nachtmerrieachtige details waarmee Flaubert in menige passage de oorlog beschrijft een soort fysieke afkeer in me ontstaan, iets als een groeiend gevoel van onpasselijkheid. [...] Tegen deze verschrikkingen was ik niet opgewassen; mijn geest raakte overprikkeld, en gaandeweg kwam ik in een gemoedstoestand die grensde aan overspanning. (pp. 80 en 82)

Zijn worsteling met dit boek, deze vertaling, levert kippenvel-lectuur op; je lijdt met de jonge vertaler mee. Tegelijkertijd geeft dit verslag inzicht in de wijze waarop Van Pinxteren met de door hem vertaalde auteurs omgaat. Inleving is het sleutelwoord, en die gaat ook in de materiële voorbereiding heel ver. Voordat Van Pinxteren met de eigenlijke vertaling begint heeft hij er al een complete bibliotheek omheen gelezen. Elk stuk in deze bundel legt daar getuigenis van af, in ‘Een kwestie van waarnemen’ verantwoordt hij deze werkwijze. En daar komt de hond van Rabelais om de hoek kijken: ‘Hij kluift en knaagt aan het bot, breekt het open en zuigt er ten slotte het merg, de essentie uit. Met deze hond nu vergelijk ik mij graag’ (p. 8). Wat verder: ‘Ik probeer te achterhalen wat er aan de tekst voorafgaat, waar hij vandaan komt.’ En ook: ‘ikzelf kan geen tekst bezield vertalen als ik niet het gevoel heb de schrijver persoonlijk te hebben ontmoet’ (p. 8), ‘ik moet de dingen zo gaan zien als de auteur ze heeft gezien, anders kan ik hem niet vertalen’ (p. 24). Hij moet met hen bevriend zijn.

Dat niet iedere vertaler zo werkt is Van Pinxteren zich zeer wel bewust. Natuurlijk kan de vakman niet zonder de gereedschappen die bij het ambacht horen, maar creativiteit en intuïtie zijn even belangrijk. Vertalen is — zeg ik, vrij naar Fromm — een kunst, een kunde, en Van Pinxterens op papier gezette praktijkervaringen zijn één groot pleidooi om dat tweede aspect niet te vergeten. Hij hangt niet een bepaalde vertaaltheorie aan — al werkt de ‘methode Kop’ (pp. 55 en 158) nog steeds goed voor hem —, maar legt de nadruk op lezen, lezen en nog eens lezen, de tijd nemen om een nieuwe versie te maken en de oude te vergeten (‘Kop’), én op de eigen stem van elke auteur. Een mooi voorbeeld van dit laatste wordt besproken in ‘Stendhal, een andere benadering van de werkelijkheid’. Van Pinxteren was al een heel eind op weg met de eerste versie van Le rouge et le noir, maar was er niet tevreden over: hij had de style naturel van de auteur omgezet in stroef lopend Nederlands. Al gauw kwam hij tot de ontdekking dat dat kwam doordat hij, na een decennium van Flaubert vertalen, nog steeds in diens ‘invloedssfeer’ verkeerde, en daardoor Stendhal geen recht kon doen. Wat dan volgt is een fascinerend verslag van de manier waarop Van Pinxteren terugkeert naar de schrijver en zijn leven —  al ging de ‘inleving in Stendhal niet zo ver dat [hij] elke dag een stuk uit ons wetboek las’ (p. 119).

Met de vertaler ontmoeten we in deze bundel Flaubert, Balzac, Rimbaud, Artaud, Stendhal, en ten slotte Montaigne. Over problemen bij het vertalen van die laatste schreef Van Pinxteren in 1992 een stukje in Vrij Nederland. Daar was ik destijds zeer van onder de indruk: om het superieure gepuzzel, om de acribie waarmee de vertaler dit deed, en omdat het ook nog eens om Montaigne ging. (Om het niet kwijt te raken had ik het knipsel goed opgeborgen, zo goed dat ik het niet meer kon vinden. Tot mijn grote vreugde is ook deze ‘proeve van bekwaamheid’ in De hond van Rabelais opgenomen.) Een jaar later kwam Essays. Een proeve van zeven uit, en in 2003 zag het negende en laatste deel het licht: de Essais waren geheel opnieuw vertaald en thematisch geordend uitgegeven. Maar Van Pinxteren was nog niet tevreden:

‘Ik besefte dat ik, ondanks al mijn inspanningen Montaigne met nieuw leven te bezielen, tot dan toe slechts een in fragmenten uiteenvallende persoonlijkheid had neergezet. Ik ging hiermee in tegen het labyrintische van het werk en tegen het wezen van een auteur die met zijn omcirkelende en meanderende gedachtepatronen als bij toeval tot deze structuur lijkt te komen.’

Deze ‘fundamentele vertalersfout’ (p. 144) werd hersteld toen in 2004 een integrale editie verscheen bij dezelfde uitgever, Atheneum—Polak & Van Gennep.

Voor iedereen die van (goed) lezen houdt en een blik achter de schermen van het vertalersmétier wil werpen is De hond van Rabelais zeer aan te bevelen. Er zijn veel meer schatten in te vinden dan de paar hierboven aangegeven: gun uzelf het genoegen van de ontdekking. (MB) [omhoog]

♦♦♦

Het kan ook snel (zie leven & werk nr. 15): in 2011 verscheen Les chapitres oubliés des Essais de Montaigne. Actes des journées d’étude à la mémoire de Michel Simonin. University of Chicago (Paris), 9 avril et 5 novembre 2010. Textes réunis par Philippe Desan. Voor de ingevoerde lezer.

♦♦♦

‘Wanneer je het boek begint te lezen, neemt Montaigne je direct al voor zich in. Zijn toon is van meet af aan vertrouwelijk en openhartig, waardoor de verschillen in plaats en tijd spontaan worden opgeheven: dit is geen stoffige auteur uit de oude doos, maar een mens van vlees en bloed. Je ziet jezelf in die toren van hem zitten, luisterend naar zijn gekeuvel. Als je tijdens het lezen een voet verzet, kun je z’n benen raken.
     De thema’s, hoe fascinerend ze vaak ook zijn, doen er in wezen niet zoveel toe. Maakt het jou werkelijk veel uit waarover je spreekt wanneer je een goede vriend ontmoet? Zijn aanwezigheid is meestal al voldoende. En net als in alledaagse vriendschappelijke gesprekken spring je van de hak op de tak: Montaigne begint aan een onderwerp, slaat een zijweg in, keert terug op de hoofdroute, dwaalt dan weer af, vindt nog een derde en een vierde paadje, blijft even staan, keert een paar passen terug, enzovoort enzovoort, totdat je plotseling om het even waar eindigt of toch weer op de hoofdroute bent beland.
     Maar de titels van die essays dan? Och, als het beestje maar een naam heeft. Als je daar niet op bedacht bent, vraag je je met enige regelmaat af of je verstandelijke vermogens niet zijn afgenomen: waar is de logica en welke kant wil hij nu weer op? Maar die vragen zijn irrelevant. Je moet je gewoon mee laten drijven op de voortkabbelende gedachtenstroom.
     Er zijn mensen die er prat op gaan te zeggen wat ze denken. Montaigne schreef spontaan op wat hij dacht. Dat hij daardoor bij tijd en wijle inconsequent was, nam ie voor lief en maakt hem, hoe paradoxaal dat ook klinkt, juist bijzonder geloofwaardig.
De meeste sympathie wekt hij echter door die eeuwige twijfel van hem. Denk ik. In een tijd waarin met veel aplomb demagogische one-liners, gericht op de onderbuikgevoelens van de massa, als absolute waarheden worden gedebiteerd en waarin openheid met diezelfde waarheid wordt verward, kunnen we nog veel van Montaigne leren. Hij mocht dan wel vrijuit schrijven wat hij dacht, zoals ik hiervoor al opmerkte, maar hij presenteerde zich daarbij niet als een autoriteit of maatstaf voor anderen. Daar zorgde zijn relativeringsvermogen wel voor. Montaigne verkondigt zijn waarheid, niet de waarheid. Bovendien was hij er zich van bewust, dat die waarheid van hem uitermate flexibel was, afhankelijk van plaats, tijd en stemming. Kortom, niets was zeker en zelfs dat niet. Alles beweegt. Dat wisten ze in de Oudheid al. En dat gaat vandaag de dag natuurlijk nog altijd op. Als er al een waarheid is, zal die in de nuance gezocht moeten worden. Montaigne heeft het geprobeerd, wetend dat het een onmogelijke opgave was, maar tegelijkertijd ervan overtuigd dat gemeenplaatsen sowieso geen uitweg bieden. En misschien heeft hij zijn doel toch enigszins bereikt? Zijn conclusie is immers, dat hij niets weet. Nog wijzer kun je nauwelijks worden.
     Het is inmiddels alweer meer dan een jaar geleden dat ik het boek op de plank heb teruggezet. Ik weet echter zeker, als ik de Essays weer ter hand neem en op een willekeurige plaats opsla, dat Montaigne tegen me zal spreken alsof ik nooit ben weggeweest en dat ik weer net zo gretig zal luisteren.’

■ Montaigne, gelezen door Martin Hulsenboom. [omhoog]

♦♦♦

Dichter en vertaler Hans van Pinxteren schreef over zijn jarenlange vertaalervaring in De hond van Rabelais. Fasen in een vertaalproces, dat binnenkort verschijnt. In deze kleine voorpublicatie verhaalt Van Pinxteren van zijn bezoek aan Montaignes bibliotheek. Het verloste hem van zijn vertalersblok...

‘Een jaar of vijf nadat ik aan de Essais was begonnen, verliep de vertaling steeds moeizamer. Nu is dat zo vreemd nog niet, zeker niet als het je steeds duidelijker wordt wat een rijkdom het origineel in zich bergt. Je wilt dat nu eenmaal allemaal overbrengen. Bij omvangrijke boeken die van zichzelf een kilo of meer wegen gaat de last van het nog niet vertaalde gedeelte dan steeds zwaarder op je drukken. Het is een beetje zoals het bij de beklimming van een berg kan gebeuren dat al naar je in ijlere sferen komt je spieren verslappen en min of meer weigeren dienst te doen. Toen ik bijna geen vorderingen meer maakte, ben ik op een dag naar slot Montaigne gereisd, in de buurt van Bordeaux. Het lot was mij gunstig gezind. Ik vertelde de huidige kasteelheer dat ik de Nederlandse vertaler van Montaigne was en gaf hem een van de door mij vertaalde boekjes cadeau. Tot mijn geluk overhandigde hij mij de sleutel van de toren waarin Montaigne destijds had zitten schrijven, en hij trok zich terug om mij alleen te laten met mijn auteur zolang ik maar wilde. Lange tijd heb ik vertoefd in de bezonken stilte van de studeerkamer, in wat Montaigne zijn bibliotheek noemt en waar hij zich de laatste twintig jaar van zijn leven terugtrok om zich aan het schrijven te wijden. Van heel nabij zag ik het balkenplafond, dat in de twintigste eeuw bij een restauratie tevoorschijn kwam, onder de dikke laag kalk vandaan die het honderden jaren lang had bedekt. Zo zijn door een toeval vrijwel alle inscripties gaaf bewaard gebleven die hij ruim vier eeuwen eerder in de balken heeft laten graveren. Alsof ze pas gisteren waren aangebracht kon ik daar in het Latijn de spreuken lezen van de klassieken en uit de bijbel, dezelfde die hij heeft verwerkt in de Essais en waar ik nu al zoveel jaren mee werd geconfronteerd bij de vertaling van zijn werk. In de torenkamer heb ik mij vier eeuwen dichter bij Montaigne gevoeld: alsof hij nog maar net het vertrek was uitgelopen om ergens anders in het kasteel een van de bedienden een opdracht te geven… Toen ik thuiskwam van mijn reis was ik door mijn vertalersblok heen.'

■ Fragment uit het sluitstuk van De hond van Rabelais.

Zijn ervaring van het bezoek aan de toren lijkt op de onze, beschreven in ‘Tour à la tour’. In die jaren was het nog mogelijk ongestoord en alleen het verleden op je te laten inwerken, nu is het braaf, kuddegewijs achter de gids aanlopen. Van een ‘historische sensatie’, zoals Huizinga het dronken makende gevoel beschrijft van ‘een ogenblik in connectie te staan met een element uit het verleden’ kan dan geen sprake meer zijn. [omhoog]

♦♦♦

montaigne portret cover montaigne studies nr. XXIII 2011

Onder redactie van Paul J. Smith verscheen begin dit jaar (2011) Translating Montaigne, in de reeks Montaigne Studies van de Universiteit van Chicago. Het boek telt 224 pagina’s; de prijs is
€ 32,-, exclusief verzendkosten. De UB Leiden heeft uiteraard een exemplaar in de collectie, maar leent het (vooralsnog?) niet uit. Bovenstaand portret siert het omslag.

♦♦♦

boudou ed dictionnaire essais montaigne 2011


Vorige maand (februari 2011) verscheen, bij Editions Léo Scheer, Le Dictionnaire des Essais de Montaigne, samengesteld door Bénédicte Boudou, Denis Bjaï, Nadia Cernogora en Nicolas Lombart. In tegenstelling tot de eerder genoemde Dictionnaire gaat het hier om een alfabetisch geordende bloemlezing uit de Essais, die zo’n 150 lemma’s telt en het eerste deel van dit boek uitmaakt.

In het Avant-propos geven de samenstellers meerdere malen te kennen dat het lezen van Montaigne moeilijk is — deze verzuchting kom je vaak tegen —, zelfs in een integrale her-/vertaling:

Pourquoi? Parce-que Montaigne ne cesse de s’interrompre, comme l’observaient déjà ses contemporains. Le risque est que le lecteur, arrêté par ‘l’embrouillure de [son] style’ qui ne tient pas seulement à la langue [...] referme à jamais les Essais sans en goûter les merveilles, sans en piller la sagesse.

Dat geeft meteen het waarom van deze uitgave aan. Ook al lijken Boudou c.s. de lezer schromelijk te onderschatten, ‘hun’ Montaigne maakt het wel eenvoudig snel te zoeken naar wat hij zegt over, bijvoorbeeld, de dood, of de vrouw, over boeken; de thematische index is hierbij zeer behulpzaam. Kruisverwijzingen ontbreken niet, evenmin als een namenregister.

In het tweede deel van deze uitgave zijn de samenstellers de lezer nóg meer tegemoet gekomen door een klein encyclopedisch woordenboek van eigennamen en filosofische doctrines op te nemen, ‘que le lecteur d’aujordhui peut en partie ignorer, mais dont la connaissance est indispensable à la compréhension des textes rasemblés’. Zeker gezien de prijs van slechts 25,- een aanrader voor de beginnende Montaigne-lezer, die daarna maar gauw de Essays zelf moet gaan lezen. Bijvoorbeeld in de voortreffelijke vertaling van Hans van Pinxteren. [omhoog]

♦♦♦

Autograaf Montaigne? In Quaderni di Storia is zojuist een artikel verschenen met de intrigerende titel ‘Un autografo di Michel de Montaigne presso la Biblioteca Universitaria di Bologna?’ (Quaderni di storia, 36 (2010) 72, pp. 177-197). Dat vraagteken staat er natuurlijk niet voor niets: bevindt zich in de UB van Bologna een Montaigne-autograaf of niet? Is het authentiek?

Bij een inventarisatie van het archief Pietro Ellero (1833-1933), jurist en fel bestrijder van de doodstraf, werd in doos XII (van de vijfentwintig) een groot bifolio gevonden. Het ging om een brief die, zowel wat papier als wat het handschrift betreft, veel ouder leek te zijn dan de overige, voornamelijk negentiende-eeuwse documenten. Aanhef en datum waren ‘Sire’ en ‘De Montaigne le 18 janv.’, en de brief eindigde met “Votre tres humble & tres hobeissant serviteur et subiect Montaigne’. Op  folio 2v. was in een andere hand de complete datum toegevoegd: XVIII janvier 1590’. stempel bibliothèque royale m gallicaTwee stempels [1] met het opschrift ‘Bibliothèque Royale M’ ten slotte deden vermoeden dat het hier om een zeldzame autograaf van Montaigne ging, die had toebehoord aan de voorloper van de Bibliothèque nationale.

De vraag was nu natuurlijk hoe de brief in het bezit was gekomen van Ellero, om vervolgens tussen zijn papieren in Bologna op te duiken. Rita De Tata, conservator oude en zeldzame boeken en manuscripten van de universiteits-bibliotheek aldaar, ging op onderzoek uit. Zij schreef een fascinerend artikel over twee echte autografen waarvan er een onecht was. Of niet?

Haar speurtocht naar de herkomst van de brief begon met de vraag of deze al bekend en gepubliceerd was. In de Oeuvres complètes uitgegeven door Arthur Armaingaud (1924-1941), dl. XI (1939), las zij: ‘Lettre conservée à la Bibliothèque nationale (Fond Dupuy). Elle y fut découverte en 1850 par Jubinal qui la publia en fac-similé, puis fut reproduite avec commentaire par le Dr. Payen (Documents inedits, 1850)’. Als de brief van Montaigne zich in 1939 in het Fonds Dupuy in Parijs bevond, hoe kon diezelfde brief dan in 1935, het jaar waarin het archief Ellero werd overgedragen, in Bologna aangetroffen zijn? Er was maar één conclusie mogelijk: een van de twee ‘autografen’ moest een vervalsing zijn.

Maar welke? De Tata onderzoekt eerst hoe de al dan niet authentieke autograaf tussen de papieren van Ellero terechtgekomen is. De jurist blijkt het epistel ten geschenke gekregen te hebben van een vriend, Gerolamo Picchioni. Deze schrijft Ellero in een brief van 24 februari 1871 dat hij zijn geliefde en geëerde collega graag nog een keer wil zien, én hem een ‘autografo di grandissimo valore’ cadeau wil doen. De gulle gever weet nog wel dat hij dit kostbare document zo’n twintig jaar geleden in zijn bezit kreeg, maar over het hoe laat zijn geheugen hem in de steek. Wat De Tata de uitspraak ontlokt: ‘L’amnesia su questo punto, a dire il vero, appare un po’ sospetta’.

‘Een beetje’ blijkt ‘behoorlijk verdacht’. Niet aflatende naspeuringen, een steeds opnieuw hervatte correspondentie met de Bibliothèque nationale en een zorgvuldige vergelijking van de twee bekende autografen leiden tot de conclusie, ‘con ragionevole certezza’, dat de  ‘autograaf’ van Montaigne in Bologna niet anders dan een vervalsing kan zijn. Zeker is in elk geval dat de Montaigne-brief in de BN authentiek is.

Langs welke wegen De Tata tot deze bevindingen is gekomen wordt in haar artikel uitgebreid beschreven. De in de vroege negentiende eeuw opgekomen cultuur van de jacht op manuscripten en autografen, de door de voortschrijdende techniek mogelijk gemaakte, bijna niet van echt te onderscheiden facsimiles, boekenboeven als Guglielmo Libri en zijn beschermers: het komt allemaal langs en levert een spannend verhaal op. Voor de details verwijs ik dan ook graag naar het artikel zelf. (MB)

[1] De Tata trof dezelfde stempel (hier afgebeeld) ook aan in een manuscript aanwezig in de BNF, Inventaire fait par Jehan Grenesic et Nicolas Dux de tous les livres enz. (1544); zie noot 5 van haar artikel. [omhoog]

♦♦♦

Alle autografen van Montaigne Voor 89,- (excl. porto) kunt u de gelukkige bezitter worden van Montaigne manuscrit, door Alain Legros.  Deze diplomatische editie van alle autografen  telt 838 pagina’s en is verschenen bij Editions Classiques Garnier. Over de inhoud:

Montaigne plume en main, latine, française, grecque, italienne, avec des échos graphiques de sa voix gasconne, des mouvements d’humeur, des repentirs, des approximations. Quarante ans d’écrits divers hors d’oeuvre, mais non sans rapport avec elle: ex-libris, ex-dono, devises, éphémérides, arrêts du Parlement, lettres-missives, notes de lectures (dont celles, inédites, d’un Térence), dédicaces. Transpositions, traductions, bibliographies spécifiques et commentaires (historique, juridique, philosophique, technique) accompagnent la transcription diplomatiques de ces pièces, la plus à même de transformer ces vestiges en reliefs. ‘Somme’, c’est encore Montaigne, et écrit de sa main.

Zeer aantrekkelijk. Zucht. Toch maar even wachten tot een universiteitsbibliotheek het boek heeft aangeschaft.

♦♦♦

marie-luce demonet copyright iuf
Collegereeks Montaigne Op 25 september 2010 werd er aan de Universiteit van Tours een studiedag gehouden over de Essais boek 1. De colleges kunnen als video of geluidsfragment gedownload worden op  Montaigne, Essais, 1. Marie-Luce Demonet (foto hiernaast) tekende voor de organisatie.

♦♦♦
 

montaigne in de tuin [foto monique bullinga 2010]

 

Vorig jaar (2009) verscheen in de reeks Folio classique van Gallimard een nieuwe uitgave van de Essais (drie delen), bezorgd door Emmanuel Naya, Delphine Reguig-Naya en Alexandre Tarrête. Deze editie moet die van Pierre Michel uit 1965 vervangen. De hoogste tijd, volgens Jean-Yves Tadié, verantwoordelijk voor de reeks Folio classique, want edities verouderen snel. Er is opnieuw gekozen voor de laatste door Montaigne herziene versie, het ‘Exemplaire de Bordeaux’ uit 1588, met talloze handgeschreven aanvullingen en correcties.

Meer dan honderd pagina’s editoriale tekst gaan aan de Essais vooraf. In de voetnoten worden ‘mots difficiles’ verklaard en citaten uit andere talen in het Frans vertaald. De eindnoten verwijzen naar de — mogelijk — door Montaigne gebruikte bronnen, zijn per hoofdstuk geordend en beginnen met een korte samenvatting ervan: handig.

Nieuw is dat er twee verschillende lettertypen worden gebruikt, zodat de lezer in één oogopslag ziet hoe Montaigne tot aan zijn dood in 1592 aan de boeken heeft geschaafd. Hoe verschillend ook echter, de gebruikte lettertypen zijn niet onderscheiden genoeg. Dit levert in de toch al niet geweldige druk van deze pockets een onrustig tekstbeeld op, en werkt eerder storend. Kleur zou ideaal geweest zijn, maar uiteraard te duur. De oplossing die de Nederlandse uitgevers hebben gekozen werkt beter en is in elk geval aangenamer voor het oog: de letters (a), (b) en (c) geven de verschillende stadia van ontstaan weer.

Lees in een gesprek met Jean-Yves Tadié meer over deze uitgave. [omhoog]

♦♦♦

 

montaigne theologie naturelle 1581

 

De Gordon-collectie geeft in facsimile La théologie naturelle de Raymond Sebon, in  de vertaling van Montaigne [maart 2010].

♦♦♦

Mededeling van Philippe Desan (zie elders op deze pagina): ‘Le volume XXII (2010) des Montaigne Studies intitulé “Montaigne et le Nouveau Monde” (Montaigne and the New World) est sous presse et sera envoyé durant le mois de février. Le volume XXIII (2010), dirigé par Paul Smith (Université de Leyde), aura pour thème “Translating Montaigne”.’ ♦ Met dat tweede 2010 wordt waarschijnlijk 2011 bedoeld. Zie verder op de site, waar alle nummers ook te bestellen zijn.

♦♦♦

Marc Foglia publiceerde een paar dagen geleden (2 december 2009) een herziene versie van zijn artikel ‘Michel de Montaigne’ in de Stanford Encyclopedia of Philosophy.

♦♦♦
 

sarlat la boétie standbeeld [foto monique bullinga 2009]

 

sarlat la boétie geboortehuis 1  [foto monique bullinga 2009]




sarlat la boétie geboortehuis [foto monique bullinga 2009]


[omhoog]
♦♦♦

‘“Shake-scene or Shakebag or Shakeshaft, it’s all one today,’ said Southampton. “Today is a nameless day. It is so cold and dull it deserves no name.” And he pouted at the dying fire. The dark Italianate man now said:
“Though perhaps it is from Jacques Père, a French name. Perhaps he is of French blood. He has a French look about him.” He looked coldly at WS as though he were a butterfly, something to be described, speculated of, perhaps caught and pinned to paper, but in no wise to be adressed directly.
“Oh, Florio here is mad on French things,” said Southampton, smiling indulgently. “He has done all this man Montaigne into English. Give him a penny and he will dole you out a tasty gobbet of gloomy French wisdom any time. Is that not so? Give us something now and you shall have a penny when my mother deigns to dig in her fisc for my spending-money.”
La vie est une songe,” said Florio promptly. “Nous veillons dormants et veillants dormons.” He looked WS straight in the eyes as he said it, but it was as if the eyes were already dead.
“Well, Jacques Père,” said Essex, “will you translate for us?” His tipsy eyes mocked.
“Oh, my lord, Devereux is an older French name than mine own. And your lordship is, I think, but newly come from France. Your lordship will know all about French penny-worths.” Southampton laughed, a girl’s laugh.
“Life is a dream,” said Florio, without expression. “We wake sleeping and —”
“Aye, aye, we know all that,” said Southampton rudely. “We are tired of Montaigne.”
“As he was of the world. Well, he has left it now.”’

Anthony Burgess, Nothing like the sun. A story of Shakespeare’s love-life (1964; 1996), p. 92.
Het door Florio gegeven citaat komt uit de ‘Apologie de Raimond de Sebonde’ (Les Essais II,xii; p. 633 in de door Balsamo, Magnien en Magnien-Simonin bezorgde editie uit 2007). Het eerste deel ervan, ‘La vie est un songe’, is een bedenksel van Burgess zelf niet vreemd, gezien de context.
John Florio (ca. 1553 - 1625) vertaalde Montaigne’s Essais in het Engels (1603), daartoe aangemoedigd door enkele van zijn mecenassen, onder wie Henry Wriothesley, 3rd earl of Southampton, die als bekend ook een grote rol in het leven van Shakespeare speelde. Nadat enkele generaties Engelse dichters en geleerden via Florio Montaigne hadden leren kennen, raakte hij in de vergetelheid toen in 1685 een nieuwe vertaling verscheen, van Charles Cotton (1630-1687). Diens proza was ‘simple, claire, moins fleurie, et certainement plus exacte que celle de Florio’, aldus P. Desan in de door hem geredigeerde Dictionnaire de Michel de Montaigne (2007). De ‘beauté et l’idiosyncrasie’ van Florio’s vertaling werden echter herontdekt in de twintigste eeuw (J. Phillips, in idem). Op p. 347 van de Florio-vertaling is het bewuste citaat te vinden als: ‘We wake sleeping, and sleepe waking.’
In de door Ben R. Schneider bezorgde en doorzoekbare [!] editie is de laatste e in sleepe verdwenen. Het is gissen naar de zwaarte van de redactionele ingrepen, die jammer genoeg niet worden verantwoord. [omhoog]

♦♦♦

♦ Nieuw: Maria Protopapas-Marneli, Montaigne. La vigueur du discours sur une influence de rhétorique stoïcienne dans les Essai (2009).
♦ In februari 2009 verscheen The Fabulous Imagination. On Montaigne’s Essays, door Lawrence D. Kritzman. Een paar blurbs en summiere informatie over de auteur op de site van Columbia UP, de uitgever.
♦ Het laatste nummer van Montaigne Studies (XXI 1-2 2009) heeft als thema ‘Montaigne et les philosophes’. Zie Montaigne Studies voor de inhoud.

♦♦♦
 

diski apology1In Apalogy for the Woman Writing (2008) is Marie Le Jars de Gournay (1565-1645), ‘fille d’alliance’ ofwel literair erfgenaam van Montaigne, de hoofdpersoon. De Britse auteur Jenny Diski heeft zich aan een mengeling van feit en fictie gewaagd, en het resultaat mag over het algemeen zeer geslaagd worden genoemd. Diski schrijft in een soepele stijl, soms met ontroerende passages, en het boek is uit voor je er erg in hebt.

Alhoewel het feitelijke beeld dat zij schetst van Marie de Gournay overeenkomt met het weinige dat we van haar weten, komt zij als romanpersonage niet altijd even geloofwaardig over. Voor de feiten, waar die bekend zijn, leunt Diski sterk op Marjorie Henry Ilsley’s A daughter of the Renaissance. Marie le Jars de Gournay. Her life and works (1963). De rest ontspruit uiteraard aan Diski’s verbeelding. En juist daarover ben ik minder te spreken. De schrijfster zelf over de relatie feit/fictie in haar boek:

‘All the interaction between the two  [Montaigne en Marie de Gournay] is muddy, and I have taken wat she [Gournay] said and then invented one version out of a large number of possible interactions. On the whole I have kept to historical events and timings. That would be the historical bit. The rest is the novel.’

De verhouding tussen de twee, feit en fictie, is een wat stroeve. Het lijkt alsof de romanschrijfster Diski steeds in conflict kwam met de onderzoekster. Zij schetst een beeld van Marie de Gournay dat voor het grootste deel verzonnen is, zeker, maar dat onwaarachtig overkomt. Diski’s Marie is een hysterica pur sang, heerszuchtig en onsympathiek daarbij. Montaigne haast zich (in dit boek) dan ook om Marie’s ‘infantile ravings and overwrought behaviour’ te vergeten. Ergens anders wordt zij ‘an hysterical and downright dangerous admirer’ genoemd. En natuurlijk grijpt Diski gretig het incident met de haarspeld aan, prachtig materiaal immers voor een romanschrijver. Omdat het een goed voorbeeld is van wat mij een beetje tegenstond in Diski’s beeld van Marie laten we eerst Montaigne (Essais I.xl) aan het woord, en dan volgt het citaat uit Diski (pp. 89-90):

‘[...] j'avois veu peu auparavant une fille en Picardie, pour tesmoigner l'ardeur de ses promesses, et aussi sa constance, se donner du poinçon, qu'elle portoit en son poil, quatre ou cinq bons coups dans le bras, qui luy faisoient craquetter la peau, et la saignoient bien en bon escient.’

‘Look,’ she cried, and reaching behind her head, pulled out the long silver pin that kept the braid of hair rolled against the nape of her neck. ‘I’ll prove it to you. I’ll prove my seriousness, and my constancy. I’ll prove my love and admiration for you and your work.’
As she spoke, she stabbed at the inside of her forearm repeatedly with the pointed end of the hairpin, until, to Montaigne’s horror, rivulets of blood flowed freely down to her wrist and dripped to the floor from the tips of her fingers. ‘I devote my intellect to you...’ she cried, now in trance of classical drama. ‘I dedicate my blood and my life to you. I am your lifelong disciple. Where you go, I will follow...’ the drama taking a biblical turn. ‘Teach me, make me your pupil, your disciple...’

Geen wonder dat Montaigne ‘terrified’ was! Door de manier echter waarop Diski deze steeds genoemde anekdote verwoordt, en door de hysterische scènes waar we al eerder getuige van zijn geweest, gaat de lezer een een steeds grotere hekel krijgen aan deze literaire peetdochter van Montaigne. Het wordt er verderop in het boek niet beter op: eigenlijk is Marie een raar, onaangepast mens, suggereert de auteur. Maar zo ontneemt zij de lezer de mogelijkheid zich te vereenzelvigen met de heldin van het verhaal, en is dat niet de diepste bedoeling van elke roman?

De beschrijving van de liefde die haar dienstmaagd Jamyn voor Marie voelt en van hun volstrekt ongeloofwaardige seksuele relatie (Marie doet alsof ze slaapt, Jamyn hutseklutst  wat aan) had een goede redacteur eruit moeten gooien. Vind ik. Die héle dienstmaagd trouwens, ze maakt het boek alleen maar onevenwichtiger.

Er wordt veel aandacht besteed aan de benarde financiële omstandigheden waarin Marie zich staande moet houden als alleenstaande intellectuele vrouw, een status die in die tijd en nog lang daarna ongehoord was. Maar haar inspanningen om Montaigne’s werk voor de vergetelheid te behoeden komen er wat bekaaid van af. Jammer, en tegelijkertijd begrijpelijk. Jammer, omdat hiermee ‘spelenderwijs’ een stukje intellectuele en boekgeschiedenis gegeven had kunnen worden; begrijpelijk, omdat het één nu eenmaal meer drama oplevert dan het ander. Bovendien: voor een appreciatie van Marie de Gournay als editor zijn er andere podia — enkele door Diski zelf genoemd.

Kortom: zeker lezen, deze door de schrijfster zelf met enige aarzeling ‘historical novel’ genoemd, maar geloof gewoon niet dat Marie de Gournay in het echt zo’n hysterica was. Waarom wel?
(Monique Bullinga) [omhoog]

♦♦♦

‘Les editions des Essais de Montaigne ne manquent pas. Mais qu'elles soient “savantes” ou qu'elles se prétendent “grand public”, elles n’offrent pourtant que le texte original, plus ou moins “toiletté”, et force est de constater que les Essais, tant commentés, sont pourtant rarement lus.... C’est que la langue dans laquelle ils ont été écrits est maintenant si éloignée de la nôtre qu'elle ne peut plus vraiment être comprise que par les spécialistes.’

Om hier iets aan te doen hertaalde Guy de Pernon Montaigne in modern Frans, gaf de Essais (ed. 1595) niet alleen uit in een papieren editie (3 dln., € 18,- per deel), maar stelde ze ook digitaal beschikbaar, op hyperlivres. Boek I, II en III zijn als pdf te downloaden; I en II zijn ook online te lezen (III komt): wie het wat lastige gebruikersinterface voor lief neemt kan het oorspronkelijke met het modern Frans vergelijken. Bovendien is de uitgave geannoteerd, en met verschillende kleuren worden Montaignes latere toevoegingen weergegeven.

Pierre Assouline besprak de hertaling op zijn literaire blog (21 oktober 2008).

♦♦♦
 

pernon montaigne & chat [foto h. zerdoun]

 
‘Avec ma traduction, même un chat peut lire Montaigne!’

♦♦♦

‘Philippe Desan, professor or Romance languages and literatures at the University of Chicago, is leading an effort to save one of the great manuscripts of Western literature: A 1588 copy of Michel de Montaigne's Essais that contains extensive notes and corrections in the handwriting of the author. Under the auspices of the Montaigne Project, Desan has overseen the creation of a DVD version of the book that will allow students and researchers to study each page in a level of detail never before possible. In an interview with Fathom, Desan discusses the new avenues of research made possible by digital technology and the roles that luck and French politics have played in the preservation of the manuscript.’

Het interview met Desan dat op deze opening volgt is te lezen op ‘fathom, the source for online learning’. [omhoog]

♦♦♦

Bij Droz in Genève verscheen, onder redactie van Philippe Desan, ‘Dieu à nostre commerce et societé’: Montaigne et la théologie (2008). In deze uitgave zijn de bijdragen gebundeld aan een symposium in maart 2007 aan dit onderwerp gewijd. Het boek telt 312 bladzijden en kost € 65,27. Uit de fondscatalogus:

‘Religion occupies an important place in the Renaissance and it would have been impossible for Montaigne not to comment on the theological and dogmatic quarrels of his time. Montaigne situates religious practices in the context of the religious wars and finds that, too often, we “bring God’s name into our affairs or our society” (I,56). He ponders on the theological foundations of all religious forms and is concerned that our soul is not exempt of revenge or resentment. This collection of articles addresses the various aspects of theology and religious practices in Montaigne’s works, investigating the complex problem of what has been called “Montaigne’s religion”.’

♦♦♦

Onlangs verschenen: Philippe Desan, Montaigne. Les formes du monde et de l'esprit (Presses universitaires de Paris-Sorbonne, coll. ‘En toutes lettres’, Parijs 2008).

♦♦♦
 

dictionnaire montaigne 2007

 

In 2004 verscheen onder redactie van — alweer — Philippe Desan een Dictionnaire de Michel de Montaigne, waarvan in september 2007 een herziene en uitgebreide herdruk uitkwam. Deze was vrijwel onmiddellijk uitverkocht, maar is inmiddels (januari 2008) weer beschikbaar. Het gaat om een schitterend, indrukwekkend boek, zowel wat inhoud als wat omvang betreft. In meer dan 1200 pagina’s hebben 120 Montaigne-deskundigen uit 14 landen hun bijdragen geleverd. De 749 (!) lemma’s brengen de lezer op de hoogte van de laatste stand van zaken in het Montaigne-onderzoek; kruisverwijzingen en korte bibliografieën completeren het geheel, en verschillende indexen vergroten het leesgemak.

Uiteindelijk, zo besluit Desan zijn pragmatische inleiding, moet de Dictionnaire weer naar de Essais zelf leiden, eventueel indachtig de wijze waarop Montaigne zelf omgaat met zijn boeken:

‘Ik scharrel uit boeken de gezegdes bijeen die me aanstaan, niet om ze op te slaan, want opslagruimte heb ik niet, maar om ze over te hevelen naar mijn boek; en hier zijn ze, eerlijk gezegd, al evenmin van mij als op hun vindplaats. Wij kunnen, naar mijn mening, alleen maar wijs zijn in de kennis van het heden, niet in die van het verleden, en ook niet in die van de toekomst.’
I.25, ‘Over schoolfrikken’, in de vertaling van Hans van Pinxteren (2000). [omhoog]

♦♦♦

Voor ‘Fay ce que vouldras’-lid Paul J. Smith was 2007 wat de twee zestiende-eeuwers betreft een vruchtbaar jaar. In de Dictionnaire zijn drie bijdragen van zijn hand opgenomen: hij bespreekt de familie Le Paulmier, de receptie van Montaigne in ons land, en Pieter van Veen. Over de laatste gaat zijn artikel ‘“Son dire au faict de la langue francoise est admirable”: Pieter van Veen, lecteur de Montaigne’, in:
F. Giacone ed., La Langue de Rabelais et de Montaigne (2007). De bundel Montaigne and the Low Countries verscheen eveneens in dit jaar.
Nogmaals Montaigne in ‘Troostbrieven bij Plutarchus, Montaigne en Céline’, in Hermeneus 80 (2008), pp. 101-105.

♦♦♦
 

montaigne studies xx


Nummer XX (2008) van Montaigne Studies is uit; bestellen kan hier. Uit de inhoud:

— Philippe Desan, ‘Les protobiographies de Montaigne aux XVIIe et XVIIIe siècles: Scévole de Sainte-Marthe, Bouhier, Dom Devienne, Talbert, La Dixmerie, Lamontagne, Bourdic-Viot’
— Cathleen M. Bauschatz, ‘Grace Norton and Pierre Villey: Transatlantic Partners in Montaigne Studies’
— Dórothea Heitsch, ‘Wilhelm Weigand’s Montaigne’
— David Lewis Schaeffer, ‘Arthur Armaingaud: Montaigne as Liberal Rationalist’
— Jean Balsamo, ‘Montaigne avant Montaigne ou les scénarios de Roger Trinquet’
— Marc Schachter, ‘Presentation of a Newly Discovered Manuscript of La Boétie’s Discours de la servitude volontaire and Hypotheses on the Datation of the BnF Manuscripts’.

Het tijdschrift is — gedeeltelijk — aanwezig in de UB van de UVA en in Leiden; de laatste leent het ook uit. [omhoog]

♦♦♦

Voor de ‘Cinquantenaire de la fondation du Centre d’Études Supérieures de la Renaissance (1956-2006)’ is juli 2006 een congres gehouden met de zeer ruim te interpreteren titel ‘Hasard et Providence, XIVe – XVIIe siècles’. Waar gaat het over? Organisator Marie-Luce Demonet:

‘A un grand colloque, il fallait une grande question: celle des fins dernières, du hasard et de la nécessité nous a paru en adéquation avec un moment de réflexion sur nos activités passées et sur ce que l’avenir pourra réserver aux lettres, aux artes et à la réflexion historique en général. Nous essayons de ne pas figer les frontières habituelles entre les disciplines et de conserver au mot “Renaissance” son acception large et fédératrice, sans oublier son contenu potentiellement problématique.’

Of zij daar, met de talloze sprekers, in geslaagd is kunt u zelf beoordelen. Want niet alleen het programma en de samenvattingen zijn zó oproepbaar, het hele congres-programma is op video te zien. Zonder meer fantastisch, én fascinerend om lieden te horen spreken en te zien die je tot dan alleen op papier, als Renaissance-, Rabelais- en/of Montaigne-deskundige kende.
Montaigne is het onderwerp van vier bijdragen, waaronder een van de op deze pagina vaker voorkomende Philippe Desan: ‘“Le hazard sur le papier” ou la forme de l’essai chez Montaigne’.
Rabelais ontbreekt evenmin. Glaude Gaignebet spreekt over ‘Bridoye et le jeu de l’oie’, en de schattige rechter komt ook voor in Stéphan Geongets ‘Elections “à troys beaulx dez” dans le droit de la Renaissance’ (zie ook in geschrifte nr. 15). In ‘Les monstres et la question des causes’ van een andere bekende uit de Rabelais-vorsing, Michel Jeanneret, speelt Rabelais eveneens een rol; zie de bovengenoemde samenvattingen voor meer.

♦♦♦

In een interview met Montaigne-kenner Philippe Desan, verbonden aan de universiteit van Chicago, vertelt deze onder meer over de politieke en technische moeilijkheden die hij tegenkwam bij zijn project een reproductie in kleur van het ‘exemplaar van Bordeaux’ te realiseren. Zowel in boekvorm als op dvd is dit unieke werk, half boek, half manuscript, inmiddels beschikbaar voor iedereen die zich de aankoopprijs kan permitteren. [Help! Sponsors gezocht!] [omhoog]

♦♦♦

 

 

 

En toen lag daar opeens de door Paul J. Smith en Karl A.E. Enenkel samengestelde bundel Montaigne and the Low Countries (1580-1700) (2007) in de bus. Een schitterend boek, waarin voor het eerst ruim aandacht wordt geschonken aan het fortuin van Montaigne in onze contreien. Letterkundigen en (kunst-)historici bespreken onder andere de relatie tussen Montaigne en Erasmus; lezers van de Essais als Baudius, Coornhert en Hooft passeren de revue, evenals Maria Heyns die in 1647 een ‘bloemvertaling’ maakte; Cats komt langs en zelfs afbeeldingen krijgen een ruime plaats toebedeeld. Kortom, voor liefhebbers van Montaigne een must.

 

♦♦♦

Meer groot Montaigne-nieuws. In mei 2007 verscheen in de Pléiade-reeks van Gallimard een nieuwe editie van de Essais, onder redactie van Jean Balsamo, Catherine Magnien-Simonin en Michel Magnien. (De laatste schreef een boeiend essay over ‘Montaigne et Erasme: Bilan et perspectives’, opgenomen in boven-genoemde bundel.) Voor goede, inhoudelijke informatie over deze uitgave is er de aankondiging op fabula essais. Tegelijkertijd werd het Album Montaigne uitgebracht; zie fabula album. Alhoewel normaal niet te koop — je krijgt de zeer geliefde albums cadeau bij aanschaf van drie delen in de Pléiade-reeks — is het bij Athenaeum Boekhandel in Amsterdam voor een schijntje verkrijgbaar.

♦♦♦

In een interview met Gaston Gallimard (Le Figaro Litteraire) mooi nieuws over de onlangs opnieuw in de ‘Pléiade’ uitgebrachte Montaigne (zie ook hierboven):

De quoi êtes-vous le plus fier, lorsque vous vous retournez sur ces années passées à la tête de l'entreprise familiale?
‘D'avoir préservé la “Pléiade”. J'étais inquiet pour cette collection. Et aujourd'hui je suis heureux d'avoir pu tenir un certain niveau d'excellence, par exemple en publiant une édition de référence de Montaigne qui s'est très bien vendue. Je suis toujours épaté lorsque je vends un livre de qualité : je me dis que c'est un miracle. Le métier d'éditeur est fait de petits miracles.’ [omhoog]

♦♦♦♦♦♦
 

De toren van Montaigne

In 2007 stonden we voor een gesloten deur, maar zes jaar eerder, in 2001, konden we exclusief genieten van de bibliotheek in de toren waar Montaigne zijn Essais schreef. Hieronder de impressie van Piet Offermans, geschreven voor Faicts & Dicts 24 / augustus 2001, en de column van Ed Schilders voor de Volkskrant.
 

toren montaigne [foto monique bullinga 2001]

 

spreuken toren montaigne [foto monique bullinga 2001]

 

‘Tour à la Tour’
door Piet Offermans

Saint-Michel-Montaigne. Dat lijkt in twee opzichten te veel eer. De bewieroking van de‘grootste Franse humanistische filosoof’ laat weliswaar een geur van heiligheid na, maar een officiële canonisering in de plaatsnaam? En ook klinkt ‘montagne’ wat fors voor het molshoopje waarop het kasteel ligt dat overgrootvader Eyquem in het bezit van de familie bracht. Daarom gauw deze misverstanden uit de weg geruimd. Het kasteel van de Eyquems behoorde tot de parochie Saint-Michel; na de Franse Revolutie heette de gemeente Saint-Michel et Bonnefare, en pas aan het eind van de negentiende eeuw hebben ze de heilige Michael en de grote schrijver aan elkaar geplakt. En wat ‘montagne’ betreft: ’t is maar van welke kant je het bekijkt. Hier grenzen de departementen Dordogne en Gironde aan elkaar. De gorges van de Dordogne gaan over in de platte pannekoek van de Gironde en voor een Girondijn is iets dus al gauw een berg.

Wij kwamen uit het oosten, uit de Dordogne. Dat is uit toeristiek oogpunt een verschrikkelijk oord want ook buiten het seizoen sterft het er van de overjarige kanovaarders en kijkmensen. Op weg naar Saint-Michel-Montaigne moesten we natuurlijk Sarlat aandoen; daar staat het zestiende-eeuwse huis in renaissancestijl van de dichter Etienne de la Boétie, de ‘dierbaarste, schranderste, beminnelijkste en volmaaktste’ vriend van Michel de Montaigne, en op een parkeerterrein bevindt zich diens standbeeld, tenminste, dat staat in de gids, want tussen al dat blik bleef het beeld voor ons onvindbaar.

Ten zuidwesten van Sarlat is de gorge van de Dordogne op zijn pittoreskst, dus moet je je daar tussen namaakgrotwoningen en stalletjes van kunstnijverheidstypes door wurmen en trachten te voorkomen dat je de behaarde spillebenen van meergenoemde kanovaarders op het droge aanrijdt. Waar de Vézère uitmondt in de Dordogne bereikt de hekel aan het genus mens een piek. Want hier staat het zich werkelijk massaal te vergapen aan zijn oorsprong (Les Eyzies, Lascaux), terwijl het echte spektakel al 40 jaar geleden hermetisch is afgedicht voor het publiek. Een verademing is dan het redelijk platte land ten westen van Bergerac met een sliert kleine industrieën langs de grote weg en wijnvelden daarachter. Maar de drommen toeristen achter onze rug hadden ons kopschuw gemaakt en we bezwoeren elkaar: niet in de rij gaan staan, zelfs niet voor Montaigne; meteen wegwezen.

Saint-Michel-Montaigne ligt maar een paar kilometer van de weg Bergerac-Bordeaux, maar ’t kost tijd om er te komen. Kronkel, kronkel, en liever geen tegenliggers. Het dorpje zelf: een kerk (vijftiende eeuw), een paar woonhuizen, een paar boerderijen, en een kroeg, tevens Syndicat d’Initiative. ’s Middags 1 uur: uitgestorven. Oprijlaan naar het (onzichtbare) kasteel, hek dicht.

2 uur: openingstijd middagbezoek (visite guidée): geen beweging. 2.05u: er stopt een auto bij het hek, een heer stapt uit, ziet twee wachtende mensen bij het hek, vermoedt visiteurs en benadert ons. Wat blijkt? We hebben de eer met M. le Vice-Président van de Societé van plaatselijke Montaignevrienden. En eh, u komt van... Helemaal uit Holland? Na 20 minuten hadden we menig adres (waaronder op internet, jawel), een persoonlijke uitnodiging voor een Montaignefestival in 2002 en we moesten vooral eens langskomen. Maar het hek was nog steeds dicht. Of we misschien...? Mais oui, oh pardon.

De heer rijdt weg, ergens naartoe. Na 10 minuten scheurt een besteleend over de oprijlaan op ons af, een mediterrane slungel opent het hek, wijst woordenloos in de enig mogelijke richting en ronkt verder. Nou ja, de auto op de parkeerplaats voor bezoekers gezet (3 plaatsen), naar het château gelopen en aan de voet van de beroemde Tour postgevat. Daar verschijnt opeens uit het niets genoemde slungel en wij bemerken overduidelijk dat ze in Frankrijk ook ’s middags graag knoflook bij de warme maaltijd gebruiken en daarbij de wijn niet schuwen. In een langzame, gedisciplineerde maat, zoveel mogelijk het beheer houdend over het eigen verhaal, vertelt de gids/kasteelbeheerder iets vaags over een plantenperk in de vorm van Montaignes wapen (om te laten zien dat we het begrijpen schieten we er een foto van) en stuurt hij ons dan op een wandelingetje rond het kasteel: dat is de buitenvisite. Een mooi panorama en een vriendelijke ezel zijn het resultaat.
 

tour montaigne 2001 [foto monique bullinga 2001]

 

Terug bij de toren zien we waar de gids uit voortkomt. Hij duikt, schijnbaar zonder aanleiding, uit een kasteelpoort op. En nu drukt hij ons plechtig, met welgekozen woorden, de grote sleutel van de Tour in de handen. Een blijde ervaring: een zonovergoten binnenplein van het kasteel van Montaigne, in de schaduw van een grote plataan, de totale stilte alleen doorbroken door zachte woorden die in het gelid trachten te blijven, en verder geen mens, geen hond om ons heen. Rijen bezoekers gevreesd, onder wie digitaal tot de tanden gewapende Japanners. Niemand! Een visite guidée is libre service geworden.

Als we de sleutel in de torendeur steken heeft het kasteel de gids alweer opgeslokt. De woontoren van Montaigne is werkelijk de pelgrimage waard. Zo authentiek als de pest, op enkele details na (zie verder). Op 28 februari 1571 heeft Montaigne op de muur van zijn bibliotheek deze inscriptie laten aanbrengen:

“Achtendertig jaar oud, op de vooravond van de eerste dag van maart, verjaardag van zijn geboorte, komt Michel de Montaigne die allang geen plezier meer beleeft aan de dienstbaarheid aan het Hof van het Parlement en aan zijn overheidstaken, hier in vrede en veiligheid rust zoeken aan de boezem der maagdelijke geleerdheid; hier zal hij de levensdagen doorbrengen die hem nog resten. En met de hoop dat het lot hem zal toestaan dit verblijf te perfectioneren, wijdt hij deze heerlijke patriarchale retraite aan zijn vrijheid, zijn rust en zijn genoegen.”
(Vertaling Pierre H. Dubois, in: idem, Schrijvers in hun landschap, 1983)

Die sfeer van genoeglijke rust en vrijheid van de gepensioneerde die alle tijd heeft en neemt voor zijn wetenschappelijke hobby (met excuses) hangt nog steeds in de drie verdiepingen van de woontoren. In de kapel op de begane grond, met zijn sobere huisaltaar en een gerestaureerde muurschildering. In het woonappartement op de eerste verdieping waar Montaigne ook sliep, met een prachtige, zeer smalle, in de muur uitgehakte nis met zicht op de kapel, waarin hij kon gaan zitten om de mis te volgen als hij geen zin had om gezien te worden. Maar het gaat natuurlijk om de bovenste etage, die Montaigne de derde noemt omdat hij de kapel op de begane grond als de eerste telt. In deze bibliotheek/werkkamer zijn de Essais ontstaan, bewerkt en aangevuld. In deze ronde torenkamer bevinden zich ook de meest onvergankelijke en tastbare sporen van zijn aanwezigheid in de vorm van de Griekse en Latijnse citaten die hij op de eiken zolderbalken heeft laten aanbrengen (zie foto).

Boeken waren voor Montaigne van levensbelang. Hij heeft zich in zijn librairie naar eigen zeggen omgeven met duizend boekdelen die in kasten tegen de ronde studeerkamerwand om hem heen lagen. Daar is er geen een meer van aanwezig: weggeschonken door zijn dochter. Het enige wat rest is een paar haken waarmee de kasten aan de wand vastzaten. Zo is er meer wat helaas verdwenen of aan het verdwijnen is. Geschilderde spreuken, wandschilderingen, fresco’s. Uiteraard meubels en gebruiksvoorwerpen. Maar de bloemlezing uit de bijbel en de klassieke literatuur, de spreuken op de balken zijn gebleven!

Veel erger is, ik kan het niet laten, wat er later is bijgekomen. Als eerder al gemeld heeft dat het geboortehuis van Montaignes oudere eeuwgenoot Rabelais, La Devinière bij Chinon, tot een historische aanfluiting gemaakt. En ook in de Tour van Montaigne hebben ze het niet helemaal kunnen laten. Wat Fransen met bedden hebben weet ik niet. Dat van Montaigne is verdwenen, maar er staat weer zo’n geval pontificaal te pronk. Alles uit de kast gehaald om een vergelijkbaar exemplaar op de kop te tikken, vermeldt een begeleidende tekst trots. Waarom dan de boekenkasten niet nagemaakt, of de pispot? Maar echt grof is de meneer die op de zetel achter een schrijftafeltje in de bibliotheek zit en naar de lege wand tegenover hem staart. Hij moet de grote filosoof Michel de Montaigne voorstellen, heeft achteloos een hoed op het achterhoofd geschoven gekregen en in zijn hand een schrijfstift die naar boven wijst. Deze meneer is van piepschuim.

In Montaignes tijd al voltooiden veel- en minderbelovende zonen van welgestelde ouders met humanistische aspiraties hun theoretische opleiding vaak met een soort veldstage. Die Grand Tour leidde in elk geval naar Italië. Vader Pierre Eyquem had geld genoeg maar Michel prefereerde na zijn rechtenstudie toch een juristenbaan bij het gerechtshof van Bordeaux. Pas veel later, na de eerste publicatie van zijn Essais, toen hij naar eigen zeggen gepensioneerd was, is hij aan zíjn tour begonnen, door Duitsland, Zwitserland en Italië, om de zinnen te verzetten en ook een beetje voor zijn gezondheid. Ik schaam me om het te bekennen, maar ik voelde een lichte verwantschap. Gepensioneerd, en in het kielzog van mijn reisgenote onderweg om mijn culturele ontwikkeling wat up te graden. Mijn tour naar de Tour van Montaigne.

 

gravure uit de 19de eeuw [met dank aan ed schilders]

 

Hoofd
door Ed Schilders

‘Hij die de natuur overtrof in alles wat hij schreef.’ Dat is het vierde en laatste vers van een bijschrift bij een portret van Michel de Montaigne. In het Frans is het laatste woord ‘escrit’, en dat rijmt op het eerder gebruikte ‘esprit’, wat zeer toepasselijk is bij een portret dat voornamelijk dat merkwaardige hoofd laat zien, een hoofd dat veel gedacht heeft, dat bijna kaal is, want waar verstand zit kan niets groeien.

‘De gids was al flink boven zijn theewater’, zo lees ik in een e-mail van Monique Bullinga, uitgeefster van een tijdschriftje over Rabelais, maar ook goed bevriend met Montaigne. Ze heeft diens kasteel bezocht in Saint-Michel-de Montaigne. Of liever: de toren waarin Montaigne zijn Essais schreef. Als bijlagen bij de e-mail vond ik Bullinga’s foto’s van dat bezoek, voornamelijk van de balken in het plafond van de toren, een enorm houten boek, zevenenvijftig houten pagina’s, elke pagina met een Griekse of Latijnse spreuk. Balk 2: ‘God heeft de mens zijn neiging tot kennis gegeven om zichzelf te kwellen.’

Alsof de aanwezigheid van zoveel op hout geschreven wijsheid niet genoeg is voor het moderne toerisme, hebben de curatoren van het museum een schrijftafeltje opgesteld met daaraan gezeten een pop in zestiende-eeuwse kledij. Zou hij die hoed inderdaad binnenshuis gedragen hebben? Terwijl hij naar de balken keek? Het hoofd dat zoveel nadacht, is geheel van wit materiaal. Hier wordt de natuur geenszins overtroffen. Onder die hoed woekert piepschuim.

■ ‘Hoofd’, column van Ed Schilders in de Volkskrant, 22 juni 2001
 

[omhoog, terug naar de lezende kip of naar entree]