[lexicon]

Rabelais-lexicon


‘Kennis is kennis van de boeken waarin de kennis staat.’
Kees Fens, ‘Nutteloos’, in: de Volkskrant 2 december 1989

‘Wat mij aangaat, ik weet alleen dat ik niets weet. En wanneer ik iets wil weten, dan zoek ik in de boeken, die een geheugen hebben dat ze nooit in de steek laat.’
Arturo Pérez-Reverte, De club van Dumas (1995), p. 108

‘Interpretation I believe to be a hobby permissible to the amateur with no pretensions to scholarship and no more qualifications than affectionate intimacy with his subject.’
D.B.W. Lewis, Doctor Rabelais (1957), p. xi.

[terug naar chronologie, naar entree of naar de sitemap]
 

Lexicon

Een paar jaar lang, in het pre-google-tijdperk, heb ik informatie over Rabelais bijeengebracht in een lexicon. Daarna lag het project een tijd stil, en stapels aantekeningen wachten nog steeds op verwerking. Bovendien komt er elke dag wel informatie bij. Af zal het lexicon nooit zijn, maar ik put moed uit een uitspraak van Pearson ergens in zijn mooie boek over Voltaire (zie voltaire): ‘There is nothing like a long-term project for keeping a person alive’.

De tekst is organisch gegroeid, en de volgende wijze raad zou ik dan ook niet hebben kúnnen opvolgen:

‘U zult al wel begonnen zijn met het alfabetische register van de artikelen; ik denk dat u dat af moet maken, voordat u met het werk begint, zodat u van tevoren een beslissing hebt genomen over het aantal artikelen, beter kunt uitzoeken welke artikelen het belangrijkst zijn en ervoor kunt zorgen dat er geen kleine details worden opgenomen [...]’ (Frederik II van Pruisen in een brief van okt./nov. 1752 aan Voltaire, nadat deze met het Filosofisch woordenboek was begonnen; in de Briefwisseling met Frederik de Grote, zie voltaire).

In de schitterende Dictionnaire de Michel de Montaigne (2007, zie verder montaigne) formuleert Philippe Desan het als volgt: ‘Comme on s’en doute, établir une liste exhaustive d’entrées est une tache sans fin et le lecteur trouvera inévitablement des manques.’ Hier is niets tegenin te brengen, en zo zal elke ‘encyclopedist’ zijn eigen redactionele keuzes moeten maken. ■ Ik heb geen keuze gemaakt en grijpgraag alleen nog maar verzameld. Het lexicon telt ruim 900 ingangen en kent een grote diversiteit aan onderwerpen. Ten eerste zijn daar natuurlijk werk en leven van Rabelais zelf; verder zijn vriendenkringen en vijanden; de bronnen waaruit hij putte en zijn vele navolgers; de drukkers, bezorgers, vertalers en illustratoren maar ook de lezers van Gargantua & Pantagruel door de eeuwen heen; thema’s als erotisch jargon en gevleugelde woorden, lijsten van lijsten en fictieve personages.Rijp en groen kregen een plaats, en ook de omvang wisselt: het ene lemma telt 4 of 5 A4’tjes, het andere is nog slechts een vermelding. Maar de relatie met Rabelais is vastgelegd, en daar ging het mij om.

‘The book’s period of gestation was already overlong; and there is much to be said for stopping short of those compilers who, in the words of Chamfort, ‘ressemblemt à ceux qui mangent des cerises ou des huîtres, choisissant d’abord les meilleures, et finissant par tout manger’. Oxford Companion to French Literature (1959), pp. viii-ix.

Chamforts beschrijving gaat zeker niet op voor Elizabeth Chesney Zegura: eind 2004 verscheen onder haar redactie de Rabelais Encyclopedia (Westport, Connecticut, & Oxford). Maar liefst 74 auteurs waren, soms ‘on very short notice’, bereid een of meerdere van de 272 lemma’s — die in lengte variëren van twee zinnen (‘François Juste’) tot vijf à zes kolommen (‘Symbolic system’) — voor hun rekening te nemen. ‘Fay ce que vouldras’-lid Paul J. Smith vertegenwoordigt met acht bijdragen de Nederlandse rabelaistiek. Alhoewel mij niet helemaal duidelijk is welk lezerspubliek de samenstelster voor ogen had, en niettegenstaande de forse prijs evenals het geringe volume kan ik de Rabelais Encyclopedia toch aanbevelen.

Jean-Claude Raymond maakte een deellexicon, van personages in Gargantua & Pantagruel.

Behalve dat mijn lexicon als gezegd nooit af zal zijn, is ook niet één lemma een keurig afgerond geheel. Diepe inzichten of fraaie vondsten zijn er niet in te vinden: de aantekeningen berusten niet op bronnenonderzoek, maar zijn bij elkaar gelezen uit Rabelais zelf en de — overvloedige — secundaire literatuur. Het lexicon, kortom, fungeert voor mij inmiddels als een goede hulp bij het lezen, begrijpen en genieten van Rabelais’ werk.
 

[omhoog, terug naar chronologie, naar entree of naar de sitemap]
 

Citaat

‘Glaner des témoignages [...] chez les Anciens, les collectionner, les grouper, était un passe-temps cher à nos érudits. Toute une littérature de vulgarisation en est sortie, celle des “diverses leçons” ou lectures, aujourd’hui oubliée. Rabelais avait consacré une bonne partie de ses loisirs et le fruit de ces “oysivetés” se trouve dans le Tiers Livre.’
Jean Plattard, Vie de François Rabelais (Brussel en Parijs 1928), p. 178