[entree rabelais] [chronologie] [faicts & dicts] [leven & werk] [multimedia] [bric-à-brac] [de lezende kip] [sitemap]

Chronologie Rabelais


In deze korte chronologie volg ik zo sec mogelijk die in de Oeuvres complètes bezorgd door Mireille Huchon (1994); zie voor uitgebreide biografieën bijvoorbeeld de hierna gegeven links. Aangezien een keuze altijd arbitrair is, is kijken en vergelijken het adagium — dit geldt voor alle pagina’s op rabelais.nl. Namen, plaatsen en gebeurtenissen zijn niet gelinkt, omdat dit een onleesbare tekst zou opleveren. Bovendien is veel, zo niet alles op internet te vinden, en verwijs ik verder graag naar het lexicon, dat samen met portretten en illustratoren een onderafdeling van de chronologie vormt, en waaruit voor ieder die dat wil informatie is op te vragen. [Zie ook de links onder aan de pagina.]

© Monique Bullinga | m [at] rabelais [punt] nl


1483 Meest waarschijnlijke geboortedatum van Rabelais; Huchon noemt het door Abel Lefranc voorgestelde jaar 1494 ‘controuvée’. Als geboorteplaats wordt vaak La Devinière genoemd, zo’n zeven kilometer ten zuidwesten van Chinon.

1511 Rabelais zou novice zijn geweest in het franciscaner klooster La Baumette, vlak bij Angers.

1520 Hij is monnik in het klooster Puy-Saint-Martin in Fontenay-le-Comte. Samen met mede-kloosterling Pierre Lamy is Rabelais opgenomen in de geleerdenkring rond André Tiraqueau. Hij schrijft een — niet bewaard gebleven — brief aan Guillaume Budé.

1521 Rabelais schrijft opnieuw een brief aan Budé. Hij noemt zichzelf ‘adolescens’ (sic), en onder meer deze omschrijving heeft geleid tot aanhoudende discussies over zijn geboortejaar.

1523 Uit een brief van Budé blijkt dat de kloosteroverste Rabelais en Lamy de boeken voor hun studie Grieks heeft afgenomen.

1524 Rabelais mag zijn studie Grieks weer hervatten, maar hij verlaat, net als Lamy, de franciscanen en trekt in bij de benedictijnen in het klooster Maillezais in de Poitou. Geoffroy d’Estissac is zijn beschermheer; hij raakt bevriend met Jean Bouchet, ontmoet de ‘noble abbé Ardillon’(Pantagruel V), en gaat om met andere humanisten als Nicolas Petit, Jean Trojan en Jean Quentin. In De legibus connubialibus van Tiraqueau: lofzang in het Grieks van Rabelais op de auteur en van Lamy op Rabelais. Tiraqueau prijst Rabelais voor zijn (deel)vertaling van Herodotus (niet overgeleverd). Tegen 1524 vraagt Rabelais paus Clemens VII een indult voor zijn overstap naar de benedictijner orde. Deze supplicatio is verloren gegaan. Vóór 1527 zou hij een tweede verzoekschrift indienen, ditmaal om het privilege te verkrijgen prebenden te mogen bezitten.

1526 In september schrijft Rabelais een brief in verzen aan Jean Bouchet, die in 1545 gepubliceerd wordt in diens Epistres morales et familieres. In de 16de eeuw had Rabelais een naam als poëet: hij wordt in het gezelschap van contemporaine dichters genoemd door Clément Marot (1537), P. Angier (1547) en J. Brèche (1550).

1529 In zijn Tria calendaria noemt Pierre de Lille een vertaling van Lucianus door ‘Rabelais, moine de Maillezais’.

1530 Op 17 september schrijft Rabelais zich in Montpellier in voor de studie medicijnen.

immatriculation montpellier

Op 18 oktober assisteert hij Guillaume Rondelet bij een college anatomie, en op 1 november behaalt hij zijn eerste academische graad, die van ‘bachelier’ [zie ook Faicts & Dicts 5 en 36, in de leeszaal]

1531 Van 17 april tot 24 juni geeft Rabelais college over de Aphorismes van Hippocrates en de Ars parua van Galenus.

1532 In juni publiceert Rabelais, bij Sébastien Gryphe in Lyon, het tweede deel van Manardi’s Epistolarum medicinalium, met een opdracht aan Tiraqueau. Dit zou het begin betekenen van een belangrijke serie geleerdenpublicaties bij deze drukker. In augustus verschijnt Hippocratis ac Galeni libri aliquot, ex recognitione Francisci Rabelaesi, en later in dit jaar onder meer de door Rabelais bezorgde editie van het Cuspidii Testamentum, met een opdracht aan Amaury Bouchard. Van 1 november 1532 tot 13 februari 1535 zal hij, onderbroken door een verblijf in Rome, als arts verbonden zijn aan het hospitaal Hôtel-Dieu te Lyon, waar hij een jaarsalaris van 40 livres toucheert. Van 30 november dateert de beroemde brief aan Erasmus. De Grandes et inestimables croniques komt uit; Rabelais heeft op zijn minst de inhoudsopgave gemaakt, en misschien wel het geheel geschreven. Bij Claude Nourry in Lyon verschijnt Pantagruel onder het pseudoniem Alcofrybas Nasier. De Pantagrueline prognostication voor het jaar 1533 komt op de markt, evenals de Almanach pour l’an 1533, getekend: Rabelais, ‘docteur en medecine et professeur en astrologie’.

1533 Publicatie van de Vroy Gargantua. Uit een epistel van Hubert Sussanneau blijkt dat hijzelf, Rabelais, Salmon Macrin en Barthélemy Aneau elkaar in mei ontmoet hebben. Aan het eind van het jaar vertrekt Rabelais als lijfarts van Jean du Bellay, bisschop van Parijs, naar Rome.

1534 Van februari tot begin april verkent Rabelais samen met Claude Chappuys en Nicolas Leroi heel Rome, met de bedoeling een topografie van de stad te maken. In augustus werkt hij weer in het hospitaal te Lyon. Bij Gryphe verschijnt een door Rabelais bezorgde editie van Marliani’s Topographia antiquae Romae, met een opdracht aan Jean du Bellay [zie Faicts & Dicts 26, in de leeszaal]. Publicatie van de Almanach pour l’an 1535, met Rabelais als auteursnaam.

1535 Waarschijnlijk in de loop van het eerste trimester komt bij François Juste Gargantua uit (anderen opteren voor het jaar 1534). Op 13 februari vertrekt Rabelais zeer plotseling uit Lyon; de ziekenhuisbestuurders waren niet op de hoogte van het voorgenomen vertrek. In mei is Rabelais misschien even terug in de stad. Tweede verblijf in Rome: augustus 1535 tot mei 1536. Hij ontmoet André Thevet en waarschijnlijk ook Philibert Delorme. Rabelais vraagt paus Paulus III [zie over deze paus Faicts & Dicts 27, in de leeszaal] absolutie voor zijn afvalligheid en vraagt hem toestemming in een ander benedictijner klooster te mogen intreden. Drie brieven van Rabelais aan Geoffroy d’Estissac, van december 1535, januari en februari 1536, zijn bewaard gebleven [zie Faicts & Dicts 31 en leven & werk nr. 1].

1536 Van 17 januari dateert een breve van paus Paulus III: Rabelais krijgt toestemming het beroep van arts uit te oefenen. Ook mag hij intreden in Saint-Maur-des-Fossés, waar Jean du Bellay abt is; deze neemt hem op 11 februari officieel in de kloostergemeenschap op. Op 29 februari vertrekt Jean du Bellay naar Lyon, waar Rabelais zich in mei bij hem voegt. In deze maand zou Rabelais’ onwettige zoon Théodule zijn geboren; hij sterft twee jaar later. Tussen 1536 en 1549 dient Rabelais nog een verzoekschrift in bij paus Paulus III, deze keer om dezelfde privileges te krijgen als de andere kanunniken in Saint-Maur-des-Fossés.

1537 In februari neemt Rabelais in Parijs deel aan een feestmaal ter ere van Etienne Dolet, in het gezelschap van Budé, Marot, Nicolas Bérauld, Pierre Danès, Jacques Toussain, Salmon Macrin, Nicolas Bourbon en Jean Visagier. 22 mei: Rabelais behaalt in Montpellier de doctorsgraad.

montpellier faculteit medicijnen [foto tine van raamsdonk]

Na een epistolaire indiscretie scheelt het maar een haar of Rabelais wordt, op 10 augustus, in het gevang gegooid. Van 18 oktober tot 14 april van het jaar daarop doceert hij in Montpellier over de Prognostics van Hippocrates; op 17 november toucheert hij een gouden écu voor een anatomieles.

1538 De op zijn eerdere werk geïnspireerde Disciple de Pantagruel verschijnt; voor Rabelais op zijn beurt een inspiratiebron voor het Quart Livre. Als Frans I en Karel V elkaar op 16 juli in Aigues-Mortes treffen, is Rabelais daarbij aanwezig.

1539 Aan het eind van het jaar vertrekt Rabelais in het gevolg van de Franse diplomaat Guillaume du Bellay naar Turijn. Bij Gryphe verschijnt de Stratagemata (in 1542 in het Frans vertaald), waarin Rabelais Du Bellays politiek uiteenzet. Dit werk is alleen bekend doordat Ch. Perrat er gewag van maakt.

1540 Op 9 januari worden François en Junie, twee onwettige kinderen van Rabelais, door paus Paulus III gelegitimeerd. ■ Volgens de correspondentie van Jean de Boysonné laat Rabelais zich in een — onderschepte — brief opnieuw onvoorzichtig uit. Van Piëmont zou hij naar Chambéry zijn gegaan. ■ Verschijning van de Almanach pour l’an M.D.XLI, onder zijn eigen naam, en van de Prognostication voor 1541 onder het pseudoniem Seraphino Calbarsy.

1541 Maart: Rabelais zou in Turijn verblijven; in november keert hij, samen met Etienne Lorens, in het gevolg van Guillaume du Bellay terug naar Frankrijk.

1542 Bij Juste verschijnt een herziene editie van Gargantua en Pantagruel; Dolet geeft een editie uit waarin aanstootgevende passages niet zijn verwijderd. De opvolger van Juste, Pierre de Tours, drukt een fel schotschrift tegen Dolet dat als ‘voorwoord’ dient van de Grandes Annales tresveritables des gestes merveilleux du grand Gargantua et Pantagruel son filz. In deze titel, die voorkomt op de lijst van door de Sorbonne gecensureerde boeken [zie ook Faicts & Dicts 3 en 4, in de leeszaal], komen de twee boeken voor het eerst samen voor. ■ Bij Gryphe verschijnt de Franse vertaling van Rabelais’ Stratagemata; deze vertaling is alleen bekend uit de catalogus van François Grudé de la Croix du Maine en Antoine du Verdier [1584]. ■ In maart is Rabelais te gast bij zijn vriend Etienne Lorens op het kasteel Saint-Ayl nabij Orléans; in deze tijd schrijft hij een brief aan Antoine Hullot. ■ Vergezeld door Rabelais vertrekt Guillaume du Bellay in mei weer naar Piëmont. ■ 13 november: Rabelais wordt genoemd in het testament van Du Bellay.

1543 Op de reis terug naar Frankrijk sterft Du Bellay, op 9 januari, in het bijzijn van Rabelais. Op 30 mei sterft ook Geoffroy d’Estissac. ■ Rabelais wordt, volgens Claude Chappuys, ergens in het midden van het jaar aangesteld als ‘maître des requêtes’. ■ Onder het pseudoniem Seraphino Calbarsy verschijnt de Prognostication voor 1544.

1544 Les grandes Annales tresveritables des gestes merveilleux du grand Gargantua et Pantagruel Roy des Dipsodes, Pantagruel en Gargantua komen voor in de in 1545 gepubliceerde catalogus van door de Sorbonne verboden boeken.

1545 19 september: privilege voor zes jaar voor het drukken van het Tiers Livre en de herziening van de eerste twee boeken.

1546 Bij Chrestien Wechel komt het Tiers Livre uit, onder Rabelais’ eigen naam. Een document gedateerd 27 februari zou betrekking kunnen hebben op een proces van deze Parijse drukker tegen Rabelais. ■ Maart: Rabelais wijkt uit naar Metz, waar hij tegen een jaarsalaris van 120 livres stadsarts wordt. ■ 31 december: het Tiers Livre komt op de in 1547 gepubliceerde lijst van door de Sorbonne verboden boeken te staan. In de nieuwe editie van De legibus connubialibus heeft Tiraqueau alle verwijzingen naar Rabelais verwijderd.

1547 Van 6 februari dateert een brief uit Metz aan Jean du Bellay. ■ Juli-augustus: Rabelais reist naar Rome als lijfarts van Du Bellay.

1548 Een eerste, onvolledige uitgave van het Quart Livre verschijnt. ■ 18 juni: Rabelais is in Rome.

1549 Gryphe geeft La Sciomachie uit; Rabelais beschrijft hierin het feest dat op 14 maart in Rome gegeven werd ter ere van de geboorte van Louis d’Orléans. ■ Gabriel de Puy-Herbault gaat in zijn Theotimus heftig tekeer tegen Rabelais. ■ Publicatie van een anoniem pamflet met als titel Cinquiesme livre des faictz et dicts du noble Pantagruel. Auquelz sont comprins les grans Abus et desordonnée vie de plusieurs Estatz de ce monde.

1550 Calvijn valt Rabelais aan in zijn traktaat Des scandales. ■ Rabelais werkt in Saint-Maur aan de tweede redactie van het Quart Livre; Jean du Bellay heeft Rome verlaten en neemt ook zijn intrek in dit klooster. ■ Op 6 augustus wordt Rabelais een privilege verleend voor zijn hele oeuvre voor de duur van tien jaar.

1551 18 januari: Rabelais krijgt de parochie van Saint-Martin te Meudon toegewezen als sinecure (die van Saint-Christophe-du-Jambet kreeg hij misschien al in 1545). Een paar dagen later sluist hij deze door naar Pierre Richard, wat hem zo’n 140 livres per jaar oplevert. ■ De Grandes annales, Pantagruel, Gargantua en het Tiers Livre figureren op de lijst van verboden boeken, opgesteld door de theologische faculteit van de Sorbonne.

1552 Op 28 februari rolt bij Michel Fezandat de tweede, vermeerderde versie van het Quart Livre van de persen. De Parijse drukker geeft dit jaar eveneens het Tiers Livre uit, ‘Reveu, et corrigé par l’Autheur, sus la censure antique’. ■ Op 1 maart verbiedt het Parlement, het gerechtshof, daartoe verzocht door de theologische faculteit, de verkoop van het Quart Livre voor twee weken. ■ In oktober gaat het gerucht dat Rabelais gevangen zou zitten.

1553 9 januari: Rabelais geeft zijn parochies op. Hij sterf waarschijnlijk begin maart. Een notariële akte van 14 maart wijst zijn broer Jamet, koopman te Chinon, aan als universeel erfgenaam. Volgens de opsteller van het grafschrift — dat als sterfdatum 9 april geeft — is Rabelais gestorven in de rue des Jardins en is hij begraven op het kerkhof van de Sint-Paulus-kerk.

chinon standbeeld rabelais [foto monique bullinga]

Op 2 juli 1882 wordt in Chinon een standbeeld van Rabelais onthuld, gemaakt door Emile Hébert. In het Bulletin de la Société des Amis du Vieux Chinon staat het laatste couplet van een vers dat de vroede vaderen van Loudun hun collega’s in Chinon stuurden ter gelegenheid van de onthulling: ‘Et l’on dira: ce bronze est François Rabelais / Venant premier après le Francoys des Français; / Aucun roi ne voulut, complice catholique, / Canoniser ce saint, ce fut la République!’

[omhoog, naar entree of naar de sitemap]
 

Rabelais, biografieën

classes.bnf.fr/dossitsm
nndb.com
historicum.net
herodote.net
medarus.org
[omhoog]

Chronologie algemeen

Voor een goed begrip van Rabelais en zijn tijd is kennis van de belangrijkste gebeurtenissen op politiek, economisch, cultureel en religieus gebied noodzakelijk. De chronologie in de editie-Huchon is prima: kort maar krachtig, maar niet iedereen zal over deze uitgave beschikken; hieronder daarom een paar links.
      Het is raadzaam meerdere tijdtafels te raadplegen: ze zijn geen van alle uitputtend en leggen ieder hun eigen accenten. Uiteraard komen ook de talloze al dan niet digitale encyclopedieën in aanmerking. Onder multimedia zijn links opgenomen naar websites waar informatie over deelaspecten te vinden is (plus enkele voorkeurlinks).
      In het citaat dat deze pagina afsluit haalt Bridoye, de rechter die vonnis wijst door middel van dobbelstenen (Tiers Livre XXXX), een toepasselijk adagium van Erasmus aan: ‘Tempus omnia reuelat’.

Enkele algemene links naar de tijd van Rabelais

alyon.org
historia-nostra.com
his.nicolas.free.fr
 

Aparte aandacht verdient de bijzonder fraai vormgegeven chronologie van de Renaissance op herodote.net.
 

Site van de maand
 Chronologie
Zeer informatief, deze ‘Chronologie artistique, intellectuelle et littéraire de la Renaissance
(1500-1549)’, door het team van panurge.org.

[omhoog, naar entree of naar de sitemap]


Citaat

‘[...] je consydere que le temps meurist toutes chose: par temps toutes chose viennent en evidence: le temps est pere de Verité.’
‘[...] de tijd [brengt] alle dingen tot rijping; met de tijd komt alles tot klaarheid; de tijd is de vader der waarheid.’