[entree rabelais] [chronologie] [faicts & dicts] [leven & werk] [multimedia] [bric-à-brac] [de lezende kip] [sitemap]

Bric-à-brac


 Rabelais op een servies, korte nieuwsberichten, cadeaus, minder ter zake doende feiten, luchtige overpeinzingen, en uitwisseling van gegevens: in deze uitdragerij wordt alles in de etalage gezet wat de andere pagina’s weigerden.
In het magazijn worden de oude spullen opgeslagen.

© Monique Bullinga | m [at] rabelais [punt] nl

Waarschuwing vooraf: ik maak hier géén reclame voor eetcafé Rabelais in Maarssen:

‘Drie jaar geleden, op 8 november, ging Mike Klein de uitdaging aan en  begon zijn zaak. De naamgever is een beroemde Franse middeleeuwse  wijsgeer die van lekker eten hield. Na een grondige verbouwing kon Mike zijn passie voor koken gaan uitvoeren.’

Staat echt zo op hun website. Misschien moet de eigenaar even googlen op ‘Rabelais’?

♦♦♦

affiche wandelen en rabelaisie


Lekker samen wandelen in het land van Rabelais:
rando pour tous en rabelaisie

♦♦♦

pfaeltzer fragment tekening in spinoza's achtbaan p. 20
‘Maar om daar nu over te gaan jammeren en klagen, over de hufterige randdebiel die wil doorgaan voor mijn medemens, wat ik eigenlijk van plan was — dat is niet goed, zegt Spinoza.
Hij wil wat mensen doen, wat ze elkaar aandoen, hun aandoeningen, hun gebreken en hun idioterieën, hun kinderachtige stompzinnigheid en hun ingewortelde achterlijkheid, hun aangeboren wreedheid en hun afstotelijke ijdeltuiterij, hun asociale lompheid en hun meelijwekkende sentimentaliteit, hun zelfopgelegde zwaarmoedigheid en hun ziekelijke zwaarlijvigheid, hun kruiperige nederigheid en hun grenzeloze zelfoverschatting, hun deprimerende humorloosheid en hun bloedeloze ernst, hun goddeloze gezanik en hun oeverloze gezever, hun vermoeiende kuddegedrag en hun hemeltergende egoïsme, hun pathologische kleptomanie en hun onstuitbare gegraai, hun onoplettende achteloosheid en hun dwangmatige vernielzucht, hun gepronk met luxe en hun krenterige zuinigheid, hun zelfvoldane platvloersheid en hun elitaire arrogantie, hun scholastische scherpslijperijen en hun hysterische haarkloverijen, hun gekmakende jaloezie en hun onnozele onverschilligheid, hun hypocriete gluiperigheid en hun achterbakse gedraai, hun krankzinnige redeloosheid en hun zielige radeloosheid, hun koppige onredelijkheid en hun kinderlijke danwel aangeleerde hulpeloosheid, hun tomeloze agressie en hun voortwoekerende hatelijkheid, hun misdadige moordlust en hun misselijkmakende vraatzucht, hun onverzadigbare dorst en hun oversekste geilheid, kortom, heel hun lachwekkend treurig stemmende onmenselijke menselijkheid, liever begrijpen dan verfoeien en belachelijk maken.
Of belachelijker maken dan het al is.
Dat is hem veel te makkelijk.’

Een waarlijk rabelaisiaanse opsomming, bij elkaar verzonnen door de woordkunstenaar / vertaler Erik Bindervoet, in zijn samen met Saskia Pfaeltzer gemaakte Spinoza’s achtbaan (2015), pp. 124-125. Een aanrader trouwens, deze ‘Spinoza voor dummies’.

♦♦♦

rabelais 007 creation and copyright florian rudzinski

Dominique Ribeyre, conservator Bibliothèques-Médiathèques van  Metz, toonde in 2011 Florian Rudzinski’s Rabelais op zijn blog. ‘Rabelais, agent secret?’ vraagt hij zich af. Zou best kunnen:

C’est du moins ce que laisse entendre Mireille Huchon dans son ouvrage sur Rabelais qui vient de paraître aux éditions Gallimard, pages  311-314. En effet, Rabelais, pendant son séjour à Metz de 1546 à 1547, aurait servi d’agent pour son protecteur le cardinal Jean Du Bellay, ce dernier agissant contre les Habsbourg pour le compte du roi de France, et aurait ainsi contribué à préparer le rattachement de Metz à la France.

Hoe dan ook een leuk plaatje, geplukt van  missmediablog.

♦♦♦

lyon la bibliothèque de la cité detail [foto wout hardeman]


Wout Hardeman las Gargantua in Lyon, de stad waar Rabelais van 1 november 1532 tot 13 februari 1535, onderbroken door een verblijf in Rome, als arts verbonden was aan het hospitaal Hôtel-Dieu. Alhoewel naarstig op zoek naar sporen van Rabelais vond Hardeman nauwelijks iets, totdat zijn oog viel op bovenstaand plaatje, op de hoek van de rue de la Pêcherie en de rue de la Platière. Het gaat om een detail uit ‘La Bibliothèque de la Cité’, een van de 150 enorme muurschilderingen die Lyon telt. [omhoog]

♦♦♦

huisvlijt ed

Opnieuw een staaltje huisvlijt van Ed Schilders. De herkomst van het oorspronkelijke reclameplaatje is niet bekend, maar Rabelais is weer eens gebruikt als de eeuwige zuiperd.

♦♦♦

moutarde de dijon


Ed Schilders stuurde me deze fraaie reclameprent; op culture.gouv.fr is uitgebreide informatie te vinden. Volgens het bijschrift verwijst de afbeelding naar Gargantua XXI ‘Hoe Gargantua studeerde volgens de methoden van zijn sofistische leermeesters’. Op het eerste gezicht misschien vreemd, maar de firma Dumont heeft wel degelijk goed gelezen:

‘Daarna zat hij een armzalig halfuurtje te studeren, met zijn ogen in zijn boek, maar, zoals de komische dichter zegt, met zijn hart in de keuken.
Vervolgens piste hij een pot vol en ging aan tafel, en omdat hij van nature flegmatisch was, begon hij zijn maaltijd met een paar dozijn hammen, gerookte ossetongen, gezouten namaakkaviaar, worstjes en meer van dat soort trompetters van de wijn.
Ondertussen wierpen vier van zijn dienaren voortdurend om beurten grote scheppen mosterd in zijn mond. [...]’ (vert. J.M. Vermeer-Pardoen, 1995).

Moustarde / moutarde komt overigens zo’n twintig keer in de boeken voor, dus Ch. Dumont had mogelijkheden genoeg om de Rabelais’ veelvraat er bij te slepen.

♦♦♦

rabelais in salviac op de boekenmarkt juni 2010


Het regende pijpestelen, een week lang, maar de dag dat we door Salviac reden kon niet meer stuk. Op een kleine boekenmarkt werd een Rabelais-uitgave aangeboden in vijf delen, geïllustreerd door Jacques Touchet. Na enig onderhandelen — ‘Ah, mais c’est la crise, madame!’ — kon ik me er de trotse bezitter van noemen.
 

touchet vraagprijs


Over Touchet binnenkort meer op illustratoren, hier vast de titelpagina, gekiekt onder de neus van de boekhandelaar uit Bergerac.
 

touchet titelpagina

♦♦♦

‘Gargamelle was the name of the particle detector used to make this discovery at the Proton Synchrotron accelerator. It was a large bubble chamber, a type of particle detector that uses a pressurised transparent liquid to detect electrically charged particles passing through it.

Named after the mother of Gargantua (the giant in the story by François Rabelais), Gargamelle measured 4 m long with a 2 m diameter, weighed 1000 tonnes, and contained 18 tonnes of liquid Freon. It was made especially for detecting neutrinos. These particles have no charge, and would leave no tracks in the detector, so the aim was to reveal any charged particles set in motion by the neutrinos and so reveal their interactions indirectly.’

■ Behalve dat er een veel publicerende bètawetenschapper rondloopt met de naam Rabelais, ken ik geen ander voorbeeld waarin alfa en bèta zo mooi samengaan (met dank aan Steven Wood, Haworth, en cern). [omhoog]

♦♦♦

eco lijsten detail

 

De titel van Umberto Eco’s laatste boek  (2009), De betovering van lijsten, is goed gekozen. Het lezen van eindeloze opsommingen (in literaire werken) is betoverend— als je er gevoelig voor bent. En het is verslavend, je wilt altijd méér. Meer van hetzelfde, alleen net iets anders.

Uiteraard neemt Rabelais in deze mooie uitgave een voorname plaats in: hij is de grootmeester van de enumeraties. De vele lijsten in Gargantua & Pantagruel — ik wil er altijd nog eens een lijstje van maken — dragen niet weinig bij tot het leesgenot. Een voorbeeld ervan zal te lezen zijn op traductions. Wanneer weet ik niet. Eerst nog een stapeltje boeken lezen.
 

♦♦♦

lerné-centre église

Op onze tocht langs de slagvelden van de platte-koekenbakkers- of broodjesoorlog (Gargantua) deden we ook Lerné aan (ca. 110 zielen). Afslag Lerné-Centre: de kerktoren staat er nog, en nog steeds scheef.

♦♦♦

vibert reading rabelais

Martin Hulsenboom vond twee mooie plaatjes. Op het eerste een kardinaal — het rood is een specialiteit van de schilder, Jehan Georges Vibert (1840-1902) —, die zo te zien met veel genoegen zit te lezen. Waaruit zijn lectuur bestaat? Uit Rabelais natuurlijk.

 Jan Toorop zette op ‘Vrouw met papegaai’ (1889?) Rabelais in de boekenkast. Ook hier staat de lage resolutie het niet toe de titel leesbaar in beeld te krijgen, maar daar waar de rode rechthoek is aangebracht staat Rabelais gebroederlijk naast grootheden  als Gogol en Tolstoj, Diderot en Balzac. Blotkamp & Rijnders noemen dit schilderij ‘een bijzonder complex geval’.
 

toorop jan vrouw met papegaai 1891 [rabelais]

♦♦♦
 

rue rabelais in de tiengeboden [foto monique bullinga]

Een ‘rue Rabelais’ in Nederland...

♦♦♦

Een curiosum als deze rabelaisiaanse opsomming mag ook in de etalage:

‘Wij hebben niet twee, maar tweeduizend zielen in onze borst, constateert de schrijver Apie Prins, en somt er in zijn boek Ik ga mijn eigen baan [1958] een aantal op: “Ze loeren voortdurend op hun kans: de cellulairen en de hoofdcipiers, de wellustelingen en asceten, de kinderverkrachters, lijkenschenders, lustmoordenaars, de masturbanten en exhibitionisten, de gefrusteerde vagebonden en geboren slaven, de argelozen en achterdochtigen, de hovaardigen en nederigen, de opstandigen en onderdanigen, de levenslustigen en levensmoeden, de overgevoeligen en de cynici, de strijdlustigen en de pacifisten, de ego-altruïsten, de dipsomanen en de geheelonthouders, de arroganten en beschetenen, de sadisten en masochisten, de stoutmoedigen en bloothartigen, de zwendelaars en kwakzalvers en ruitentikkers en kuitenprikkers, de gepatenteerde leugenaars en waarheidsapostelen, de gelovigen en agnostici, de op een cent doodvallende Harpagonnen en de geldstukslaanders, de waaghalzen en de labbekakken, de hedonisten en sybarieten en de martelaren die zich pas gelukkig voelen als ze diep ongelukkig zijn, de overspeligen en de kuise Jozeffen, de kuddedieren en de kluizenaars, de dierenvrienden en de mensenbeulen, de ambtenaren en avonturiers, de hoerenlopers en de middernachtzendelingen, de materialisten en idealisten, de terneergeslagenen en opgetogenen, de misogynen en satirs, de ongeduldigen en jobsgeduldigen, de oranjeklanten en revolutionairen, de matriciden en Oedipussen, de kannibalen en de door hen opgegeten wordende vegetarische missionarissen, de zelfingenomenen en de zelfverguizers, de schroomvalligen en de zelverguizers, de schroomvalligen en de brutale beulen,de esthetici en introspectieven, de exuberanten en introverten, de gatlikkers en reetkruipers, de a-, bi-, homo- en heteroseksuelen en de hermafrodieten, elkaar het licht in de ogen niet gunnend dat ze zelfs geen van allen hebben in hun donkere cellen.”’

■ Geciteerd in: Martin van Amerongen, Mijn leven zijn leven. Over biografieën, autobiografieën, hagiografieën en anti-biografieën (1993). [omhoog]

♦♦♦

In Middelburg heeft een aantal mensen met veel plezier een cursus literatuur gevolgd bij de Alliance Française. Deze cursussen worden door het hele land gegeven, dus tot zover niets bijzonders. Opmerkelijk is echter wel dat zij Rabelais besproken hebben en Gargantua & Pantagruel (gedeeltelijk) gelezen, in de hertaling van Maurice Rat. In de rubriek lezen of niet is het volgende citaat te vinden: ‘Rabelais est une référence pour tous. Mais peu l’ont réellement lu.’ Welnu, dat geldt niet voor deze groep liefhebbers, die onder leiding van hun docente Marie-France Lemonsu een mooi programma gevolgd hebben. ■ Op zoek naar meer informatie kwam een van deze lezers, Hans Lander, al gauw bij rabelais.nl uit. In de Chronique de Zélande heeft hij de site vermeld, in de hoop dat meer liefhebbers ‘deze kleine schat’ vinden.

♦♦♦

De Papieren Man berichtte op 26 juli 2008 over een reeks van 30 tentoonstellingen in de Languedoc-Roussillon, die nog tot 28 september te zien zijn. Het bijzondere daaraan is dat de deelnemende kunstenaars zich allen door Rabelais en zijn werk hebben laten inspireren; uitgebreide informatie is te vinden op fraclr.org. ■ Aardige bijkomstigheid is dat Dirk Leyman het bericht besluit met

‘Op het internet is de Nederlandstalige themasite Rabelais.nl van Monique Bullinga een goed vertrekpunt naar het werk van de Franse schrijver [...].’

♦♦♦

Op modern history sourcebook zijn de boeken van Rabelais gerangschikt onder... ‘Asolutism / Ancien Regime’... Evengoed een rijke site, die de moeite van het bezoeken meer dan waard is.

♦♦♦

Als Grandgousier zijn Gargamelle trouwt spelen zij dikwijls ‘samen het beest met de twee ruggen, vrolijk elkanders spek wrijvend en met zo goed effekt, dat zij zwanger werd van een schone zoon’ (Gargantua III; vertaling van Sandfort, 1932). Volgens L. Sainéan, La Langue de Rabelais (1923) was faire la beste à deux dos  een veelgebruikte metafoor in de 14de, 15de en 16de eeuw; Rabelais was dus zeker niet de eerste. In ons taalgebied heeft de uitdrukking nooit een ruime verbreiding gekend, zoals Ed Schilders betoogt in ‘De ring van Hans Carvel. Enige notities over een motief uit de erotische folklore’ (Faicts & Dicts 18); zie hierover ook Jaap Engelsman, ‘Alive and kicking: het beest met de twee ruggen’, (Faicts & Dicts 20), en ‘Nuttig & curieus’ in Faicts & Dicts 27, alle in de leeszaal te vinden.

poupées d'amour concressault

Als je het beest met de twee ruggen wilt spelen met een onwillige of nog onwetende partner én in magie gelooft, hoef je alleen maar twee poppetjes met een koord aan elkaar vast te maken en dan komt alles in orde. Belooft het Musée de la Sorcellerie in Concressault.

♦♦♦

tent.cat. rabelais 1933

Ed Schilders bracht van de vlooienmarkt in Parijs een mooi cadeau mee: de catalogus die in 1933 werd uitgegeven omdat 400 jaar eerder Pantagruel van de drukpers kwam. Ed over het boekenparadijs dat ‘Les Puces’ is:

‘Het is de benaming voor het hele “quartier” ten noordwesten van metro Porte de Clignancourt, meteen aan de overkant van de périphérique. Tegenwoordig zijn al die vroegere markten (er zijn er zo’n 20) overdekt en gemoderniseerd. Maar het blijft binnen altijd wel een gezellig rommeltje. ■ Onze winkel ligt vlakbij. Périphérique oversteken, of liever: er onderdoor — klein stukje de avenue Michelet op, op het trottoir aan de linkerkant. Want meteen linksaf rue des Rosiers in. Na een meter of honderdvijftig is links de ingang van de markt Malassis. De ingang is een boekhandel, maar daar moeten we niet zijn. Wel meteen de trap op, en voilà. Aardige boekhandelaar die graag meezoekt. Mooie collectie, redelijke prijzen. ■ Wie nog meer zoekt: nog iets verder de rue des Rosiers in. Daar, tegenover de rue Voltaire is een trap naar boven, naar het Carré des libraires. De allergrootste concentratie oude boeken is echter elders, op de hoek waar de rue Paul Bert, rue Lécuyer, en rue Jean Henri Fabre bij elkaar komen. Daar zouden zich zo'n 300.000 oude boeken bevinden, maar ik ben er veiligheidshalve maar niet meer heen gegaan!’

ed met cadeau [foto peter ijsenbrant 2007]

Hij vond er nog meer rabelaisiana: binnenkort op deze pagina’s te bewonderen. Maar eerst dit. Bij een gebeeldhouwde Rabelais schreven we: ‘Streng kijkt Rabelais hier op ons neer, ergens in Parijs. Maar waar? Wie kan vertellen waar dit beeld te vinden is? Wie is de maker? Als u het weet, schrijf dan even, en eeuwige roem zal uw deel zijn.’
 

rabelais louvre [foto peter ijsenbrant 2007]

Welnu, Peter IJsenbrant en Ed Schilders sleepten de beloning in de wacht. Op boeken- en schrijversjacht in Parijs fotografeerden zij het bewuste beeld op de binnenplaats van het Louvre, bij de pyramide-ingang. En hiermee is de helft van het raadsel opgelost. [omhoog]

♦♦♦

[foto: monique bullinga]


Hierboven een staaltje huisvlijt, eveneens van Ed Schilders: een portret van Rabelais in een ‘sneeuwkogel’ (je schudt ermee en het gaat sneeuwen), te gebruiken als presse-papier. Handig als je in de tuin gekopieerde teksten zit te lezen die door een licht zomerbriesje meegevoerd dreigen te worden.

♦♦♦

figeac la puce à l'oreille [foto monique bullinga  2007]


Als Panurge in hoofdstuk VII van het Tiers Livre ‘avoit la pusse en l’aureille’, betekende dat — in elk geval ook — dat hij door vleselijke begeerte overmand werd. In de 13de eeuw komt ‘la puce’, de vlo, voor het eerst voor in een uitdrukking, in dezelfde betekenis van ‘verlangen naar liefde of seks’ die we bij Rabelais ook aantreffen. Pas in de 17de eeuw krijgt de uitdrukking de betekenis die zij nu nog heeft, namelijk ‘het door krijgen’. Hoe dan ook, de uitbaters van ‘La Puce à l’Oreille’ in Figeac achtten het een geschikte naam voor hun eetgelegenheid, en bedanken de bezoeker zelfs vriendelijk —  waarschijnlijk voor het feit dat hij door eindeloze straatjes en steegjes de weg ernaartoe heeft willen vinden.

♦♦♦

epices [foto's monique bullinga]



Onder andere bij Leclerc, de verrukkelijkste supermarkt van Frankrijk, te koop: ‘Les Epices Rabelais’. Er hoeft geen reden gegeven te worden voor de naam van dit kruidenmensgsel, het is gewoon heel lekker, bijvoorbeeld in courgettesoep of in een sladressing. ■ Maar door een recept voor ‘Sappige varkenspoot met remouladesaus’ (Het Financieele Dagblad 22 november 2003) begreep ik wat het varken op het plaatje doet:

‘“November is van oudsher de slachtmaand, wist je dat Will?”
“Yes, weet ik. Begin van de winter, voorraadje aanleggen. Hammen roken, bloedworst maken, saucis maken. Ik heb het allemaal een keer van nabij meegemaakt in Zuid-Frankrijk, in de buurt van Toulouse. Eerst het varken geslacht, een beest van dik tweehonderd kilo. Onthaard, gekloofd, afgehangen en uitgebeend. Alles gezien, gedaan en geroken. Van de ‘afval’ zoals oren, snuit, longen, kinnebak en strottenhoofd een mengsel gemaakt voor de vulling van de boudin: de zwarte bloedworst. Beetje kruiden van Rabelais erbij en dan een paar uur later, lekker bakken met gebakken appeltjes en knoflook. Heerlijk.”’

Ter plekke besloten om nooit, maar dan ook nooit bloedworst te eten...

♦♦♦

lettere pantagrueliche rnl

De Ides of march verliepen voor mij heel wat gunstiger dan voor Julius Caesar, die (‘Ook gij, Brutus’) in het jaar 44 v.C. op deze dag het leven liet. ■ Bij de post zat een fraai, met 18 gravures uit de Songes drolatiques de Pantagruel enz. (1565) geïllustreerd boekje, de Lettere pantagrueliche. Bezorgd door Enrico Badellino bevat het een ‘raffina-tissimo estratto’ van Rabelais’ werk, te weten de ‘raccolta completa delle Lettere’, de brieven die Grandgousier, Gargantua en Pantagruel elkaar stuurden. ■ Wat dit uitgaafje bijzonder maakt is dat het opstel over Rabelais geschreven door een nog jonge Flaubert er ook in is opgenomen. ■ Libreria Bonardi heeft het in voorraad.

 

group touraine empreintes

♦♦♦

 

Ach, wat zou ik dít moois graag bezitten. Ed Schilders stuurde me jaren geleden deze afbeelding al, maar in Frankrijk heb ik er vergeefs naar uitgekeken. Het servies staat hier dan wel te pronk, maar bestaat het ook écht? Kun je het kopen? Ik weet het niet. Iemand?


♦♦♦

gargamelle doré uitgeteldchâteaux de la loire is een sympathieke site, niet zozeer vanwege de kastelen en ander fraais, maar omdat een van de weinige vrouwen die — vluchtig — langskomen in het werk van Rabelais met de rivier wordt verbonden: de Loire heet er ‘une Gargamelle lunatique’. Ik geef toe, niet erg vleiend, maar dan had ze ook maar nietzoveel rolpens moeten eten op die vierde februari, zwanger en wel. ‘Even daarna begon ze te kreunen, te jammeren en te schreeuwen’, en weer even later bracht zij Gargantua ter wereld via haar linkeroor en na een zwangerschap van elf maanden, wat bijzonder, zo niet krankzinnig genoemd mag worden. Alhoewel... [zie Faicts & Dicts 17 in de leeszaal].


[omhoog, naar entree of naar de sitemap]

m [at] rabelais [punt] nl
 

— Citaat —

Het verlangen naar kennis heet leergierigheid als het op het algemene is gericht, en nieuwsgierigheid als het op het individuele is gericht. Jongens zijn meestal leergierig, meisjes zijn alleen maar nieuwsgierig, en dat in verbijsterende mate en op een dikwijls weerzinwekkend naïeve manier.
Arthur Schopenhauer, Er is geen vrouw die deugt. Gekozen, vertaald en van een nawoord voorzien door Wim Raven (1974) (Amsterdam 1993), p. 201.
 

m