|
Bric-à-brac
❧ ‘Gargamelle was the name of the particle detector used to make this discovery at the Proton Synchrotron accelerator. It was a large bubble chamber, a type of particle detector that uses a pressurised transparent liquid to detect electrically charged particles passing through it. Named after the mother of Gargantua (the giant in the story by François Rabelais), Gargamelle measured 4 m long with a 2 m diameter, weighed 1000 tonnes, and contained 18 tonnes of liquid Freon. It was made especially for detecting neutrinos. These particles have no charge, and would leave no tracks in the detector, so the aim was to reveal any charged particles set in motion by the neutrinos and so reveal their interactions indirectly.’ ■ Behalve dat er een veel publicerende bètawetenschapper rondloopt met de naam Rabelais, ken ik geen ander voorbeeld waarin alfa en bèta zo mooi samengaan (met dank aan Steven Wood, Haworth, en cern). ♦♦♦
Op onze tocht langs de slagvelden van de platte-koekenbakkers- of broodjesoorlog (Gargantua) deden we ook Lerné aan (ca. 110 zielen). ♦♦♦ Twee afbeeldingen die Martin Hulsenboom vond sieren nu bric-à-brac. Op het eerste een kardinaal — het rood is een specialiteit van de schilder, Jehan Georges Vibert (1840-1902) —, die zo te zien met veel genoegen zit te lezen. Waaruit zijn lectuur bestaat? Uit Rabelais natuurlijk. Jan Toorop zette op ‘Vrouw met papegaai’ (1889?) Rabelais in de boekenkast. Ook hier staat de lage resolutie het niet toe de titel leesbaar in beeld te krijgen, maar daar waar de rode rechthoek is aangebracht staat Rabelais gebroederlijk naast grootheden als Gogol en Tolstoj, Diderot en Balzac.
Een ‘rue Rabelais’ in Nederland... Een curiosum als deze rabelaisiaanse opsomming mag ook in de etalage: ‘Wij hebben niet twee, maar tweeduizend zielen in onze borst, constateert de schrijver Apie Prins, en somt er in zijn boek Ik ga mijn eigen baan [1958] een aantal op: “Ze loeren voortdurend op hun kans: de cellulairen en de hoofdcipiers, de wellustelingen en asceten, de kinderverkrachters, lijkenschenders, lustmoordenaars, de masturbanten en exhibitionisten, de gefrusteerde vagebonden en geboren slaven, de argelozen en achterdochtigen, de hovaardigen en nederigen, de opstandigen en onderdanigen, de levenslustigen en levensmoeden, de overgevoeligen en de cynici, de strijdlustigen en de pacifisten, de ego-altruïsten, de dipsomanen en de geheelonthouders, de arroganten en beschetenen, de sadisten en masochisten, de stoutmoedigen en bloothartigen, de zwendelaars en kwakzalvers en ruitentikkers en kuitenprikkers, de gepatenteerde leugenaars en waarheidsapostelen, de gelovigen en agnostici, de op een cent doodvallende Harpagonnen en de geldstukslaanders, de waaghalzen en de labbekakken, de hedonisten en sybarieten en de martelaren die zich pas gelukkig voelen als ze diep ongelukkig zijn, de overspeligen en de kuise Jozeffen, de kuddedieren en de kluizenaars, de dierenvrienden en de mensenbeulen, de ambtenaren en avonturiers, de hoerenlopers en de middernachtzendelingen, de materialisten en idealisten, de terneergeslagenen en opgetogenen, de misogynen en satirs, de ongeduldigen en jobsgeduldigen, de oranjeklanten en revolutionairen, de matriciden en Oedipussen, de kannibalen en de door hen opgegeten wordende vegetarische missionarissen, de zelfingenomenen en de zelfverguizers, de schroomvalligen en de zelverguizers, de schroomvalligen en de brutale beulen,de esthetici en introspectieven, de exuberanten en introverten, de gatlikkers en reetkruipers, de a-, bi-, homo- en heteroseksuelen en de hermafrodieten, elkaar het licht in de ogen niet gunnend dat ze zelfs geen van allen hebben in hun donkere cellen.”’ ■ Geciteerd in: Martin van Amerongen, Mijn leven zijn leven. Over biografieën, autobiografieën, hagiografieën en anti-biografieën (1993). ♦♦♦ In Middelburg heeft een aantal mensen met veel plezier een cursus literatuur gevolgd bij de Alliance Française. Deze cursussen worden door het hele land gegeven, dus tot zover niets bijzonders. Opmerkelijk is echter wel dat zij Rabelais besproken hebben en Gargantua & Pantagruel (gedeeltelijk) gelezen, in de hertaling van Maurice Rat. In de rubriek lezen of niet is het volgende citaat te vinden: ‘Rabelais est une référence pour tous. Mais peu l’ont réellement lu.’ Welnu, dat geldt niet voor deze groep liefhebbers, die onder leiding van hun docente Marie-France Lemonsu een mooi programma gevolgd hebben. ■ Op zoek naar meer informatie kwam een van deze lezers, Hans Lander, al gauw bij rabelais.nl uit. In de Chronique de Zélande heeft hij de site vermeld, in de hoop dat meer liefhebbers ‘deze kleine schat’ vinden. ♦♦♦ De Papieren Man berichtte op 26 juli 2008 over een reeks van 30 tentoonstellingen in de Languedoc-Roussillon, die nog tot 28 september te zien zijn. Het bijzondere daaraan is dat de deelnemende kunstenaars zich allen door Rabelais en zijn werk hebben laten inspireren; uitgebreide informatie is te vinden op fraclr.org. ■ Aardige bijkomstigheid is dat Dirk Leyman het bericht besluit met ‘Op het internet is de Nederlandstalige themasite Rabelais.nl van Monique Bullinga een goed vertrekpunt naar het werk van de Franse schrijver [...].’ ♦♦♦ Op modern history sourcebook zijn de boeken van Rabelais gerangschikt onder... ‘Asolutism / Ancien Regime’... Evengoed een rijke site, die de moeite van het bezoeken meer dan waard is. ♦♦♦
Bij Google komen ze eerder aan de bak dan wij, maar ze zitten dan ook in Houston, Texas. ♦♦♦ Als Grandgousier zijn Gargamelle trouwt spelen zij dikwijls ‘samen het beest met de twee ruggen, vrolijk elkanders spek wrijvend en met zo goed effekt, dat zij zwanger werd van een schone zoon’ (Gargantua III; vertaling van Sandfort, 1932). ■ Volgens Sainéan, La Langue de Rabelais (zie verkorte lijst) was faire la beste à deux dos een veelgebruikte metafoor in de 14de, 15de en 16de eeuw; Rabelais was dus zeker niet de eerste. ■ In ons taalgebied heeft de uitdrukking nooit een ruime verbreiding gekend, zoals Ed Schilders betoogt in ‘De ring van Hans Carvel. Enige notities over een motief uit de erotische folklore’ (Faicts & Dicts 18); zie hierover ook Jaap Engelsman, ‘Alive and kicking: het beest met de twee ruggen’, (Faicts & Dicts 20), en ‘Nuttig & curieus’ in Faicts & Dicts 27, alle in de leeszaal te vinden.
Als je het beest met de twee ruggen wilt spelen met een onwillige of nog onwetende partner én in magie gelooft, hoef je alleen maar twee poppetjes met een koord aan elkaar vast te maken en dan komt alles in orde. Belooft het Musée de la Sorcellerie in Concressault. ♦♦♦
Ed Schilders bracht van de vlooienmarkt in Parijs een mooi cadeau mee: de catalogus die in 1933 werd uitgegeven omdat 400 jaar eerder Pantagruel van de drukpers kwam. Ed over het boekenparadijs dat ‘Les Puces’ is: ‘Het is de benaming voor het hele “quartier” ten noordwesten van metro Porte de Clignancourt, meteen aan de overkant van de périphérique. Tegenwoordig zijn al die vroegere markten (er zijn er zo’n 20) overdekt en gemoderniseerd. Maar het blijft binnen altijd wel een gezellig rommeltje. ■ Onze winkel ligt vlakbij. Périphérique oversteken, of liever: er onderdoor — klein stukje de avenue Michelet op, op het trottoir aan de linkerkant. Want meteen linksaf rue des Rosiers in. Na een meter of honderdvijftig is links de ingang van de markt Malassis. De ingang is een boekhandel, maar daar moeten we niet zijn. Wel meteen de trap op, en voilà. Aardige boekhandelaar die graag meezoekt. Mooie collectie, redelijke prijzen. ■ Wie nog meer zoekt: nog iets verder de rue des Rosiers in. Daar, tegenover de rue Voltaire is een trap naar boven, naar het Carré des libraires. De allergrootste concentratie oude boeken is echter elders, op de hoek waar de rue Paul Bert, rue Lécuyer, en rue Jean Henri Fabre bij elkaar komen. Daar zouden zich zo'n 300.000 oude boeken bevinden, maar ik ben er veiligheidshalve maar niet meer heen gegaan!’
Hij vond er nog meer rabelaisiana: binnenkort op deze pagina’s te bewonderen. Maar eerst dit. Bij een gebeeldhouwde Rabelais schreven we: ‘Streng kijkt Rabelais hier op ons neer, ergens in Parijs. Maar waar? Wie kan vertellen waar dit beeld te vinden is? Wie is de maker? Als u het weet, schrijf dan even, en eeuwige roem zal uw deel zijn.’
Welnu, Peter IJsenbrant en Ed Schilders sleepten de beloning in de wacht. Op boeken- en schrijversjacht in Parijs fotografeerden zij het bewuste beeld op de binnenplaats van het Louvre, bij de pyramide-ingang. En hiermee is de helft van het raadsel opgelost. ♦♦♦
Hierboven een staaltje huisvlijt, eveneens van Ed Schilders: een portret van Rabelais in een ‘sneeuwkogel’ (je schudt ermee en het gaat sneeuwen), te gebruiken als presse-papier. Handig als je in de tuin gekopieerde teksten zit te lezen die door een licht zomerbriesje meegevoerd dreigen te worden. ♦♦♦
Als Panurge in hoofdstuk VII van het Tiers Livre ‘avoit la pusse en l’aureille’, betekende dat — in elk geval ook — dat hij door vleselijke begeerte overmand werd. In de 13de eeuw komt ‘la puce’, de vlo, voor het eerst voor in een uitdrukking, in dezelfde betekenis van ‘verlangen naar liefde of seks’ die we bij Rabelais ook aantreffen. Pas in de 17de eeuw krijgt de uitdrukking de betekenis die zij nu nog heeft, namelijk ‘het door krijgen’. Hoe dan ook, de uitbaters van ‘La Puce à l’Oreille’ in Figeac achtten het een geschikte naam voor hun eetgelegenheid, en bedanken de bezoeker zelfs vriendelijk — waarschijnlijk voor het feit dat hij door eindeloze straatjes en steegjes de weg ernaartoe heeft willen vinden. ♦♦♦
Onder andere bij Leclerc, de verrukkelijkste supermarkt van Frankrijk, te koop: ‘Les Epices Rabelais’. Er hoeft geen reden gegeven te worden voor de naam van dit kruidenmensgsel, het is gewoon heel lekker, bijvoorbeeld in courgettesoep of in een sladressing. ■ Maar door een recept voor ‘Sappige varkenspoot met remouladesaus’ (Het Financieele Dagblad 22 november 2003) begreep ik wat het varken op het plaatje doet: ‘“November is van oudsher de slachtmaand, wist je dat Will?” Ter plekke besloten om nooit, maar dan ook nooit bloedworst te eten... ♦♦♦
♦♦♦ Ach, wat zou ik dít moois graag bezitten. Ed Schilders stuurde me jaren geleden deze afbeelding al, maar in Frankrijk heb ik er vergeefs naar uitgekeken. Het servies staat hier dan wel te pronk, maar bestaat het ook écht? Kun je het kopen? Ik weet het niet. Iemand?
♦♦♦ châteaux de la loire is een sympathieke site, niet zozeer vanwege de kastelen en ander fraais, maar omdat een van de weinige vrouwen die — vluchtig — langskomen in het werk van Rabelais met de rivier wordt verbonden: de Loire heet er ‘une Gargamelle lunatique’. Ik geef toe, niet erg vleiend, maar dan had ze ook maar niet
zoveel rolpens moeten eten op die vierde februari, zwanger en wel. ‘Even daarna begon ze te kreunen, te jammeren en te schreeuwen’, en weer even later bracht zij Gargantua ter wereld via haar linkeroor en na een zwangerschap van elf maanden, wat bijzonder, zo niet krankzinnig genoemd mag worden. Alhoewel... [zie Faicts & Dicts 17 in de leeszaal].
— Citaat — Het verlangen naar kennis heet leergierigheid als het op het algemene is gericht, en nieuwsgierigheid als het op het individuele is gericht. Jongens zijn meestal leergierig, meisjes zijn alleen maar nieuwsgierig, en dat in verbijsterende mate en op een dikwijls weerzinwekkend naïeve manier. m
|
|||||||||||